20x Beginnersvragen

Starten met mountainbiken of wielrennen? Dan zit je waarschijnlijk vol vragen. Welke fiets moet ik kopen? Welke kleren? Waar ga ik fietsen? Dat is niet erg. Sterker nog, bijna elke fietser heeft zich op een zeker moment dezelfde vragen gesteld.

20x Beginnersvragen

1. Hoeveel zal ik uitgeven aan mijn eerste fiets?

Je vraagt je allereerst af wat je budget is en welke doelen je wilt bereiken op je fiets. Als startende fietser wil je waarschijnlijk eerst ervaren of fietsen iets voor jou is. Geef daarom niet teveel uit aan een eerste fiets. Beter schaf je een instapmodel aan, leen je een fiets van een vriend of kennis of kijk je voor een tweedehands fiets. 

2. Waar koop ik mijn fiets?

Wil je een betrouwbare fiets en de service van een vakman? Ga dan eens naar een fietsenwinkel. Zij kunnen je opmeten zodat je goed op de fiets zit, adviseren over welk model bij je past en je krijgt vaak een gratis onderhoudsbeurt. Bovendien heb je de mogelijkheid om de fiets vooraf te testen.

3. Is een fietsmeting verstandig?

Ja! Wanneer je goed op je fiets zit, beleef je meer plezier aan je sport. Bij een goede fietsmeting kijkt de specialist onder andere naar je lichaamslengte en binnenbeenlengte. Op basis daarvan kan hij je zadelhoogte, stuurhoogte, stuurlengte, stuurbreedte en framehoogte bepalen. Je zult daardoor minder snel last krijgen van je rug en het fietsen langer vol kunnen houden. 

4. Welke framemaat past bij mij?

Om het optimale uit je prestaties te halen en om blessures te voorkomen is een juiste framemaat belangrijk. Op een te grote of te kleine fiets zit je immers niet lekker. De framemaat wordt bepaald door de lengte van de zitbuis, ofwel de afstand tussen het centrum van je trappers en de kruising met de liggende framebuis. Je framemaat is dus afhankelijk van de lengte van je benen. De exacte lengte kun je het best bij een fietsenwinkel laten meten.

5. Moet ik een extra bidonhouder op mijn fiets?

Wanneer je een nieuwe fiets koopt, vraagt de fietsenmaker je wellicht of je een extra bidonhouder op je fiets wilt. Onze tip: doen! Bij korte ritten (korter dan een uur) kun je de tweede bidonhouder gebruiken voor een zgn. gereedschapsbidon (met daarin een multitool, reservebinnenband, bandenlichters, etc.). Bij langere tochten heb je een tweede bidon nodig. Als fietser verlies je al snel 2 liter vocht per uur. Dit vochtverlies moet je aanvullen. Met een bidon van 750ml houd je het niet veel langer dan een uur vol. 

6. Klikpedalen of niet? 

Het grootste voordeel van een kliksysteem is de efficiëntere krachtoverbrenging. Doordat je met je schoen vastzit aan het pedaal kun je zowel omlaag als omhoog kracht leveren. Het grote nadeel is dat je vast zit aan je pedalen, en dat is wennen! Dit kan de eerste ritten problemen opleveren. Gelukkig is in- en uitklikken eenvoudig en went het snel. Laat je echter niets aanpraten. Kies de racefiets- of mountainbike pedalen waar jij je prettig bij voelt.

7. Wanneer moet ik eten en drinken?

Eet en drink zowel voor, tijdens als na de inspanning. Probeer elk kwartier tot 250 ml te drinken en eet elk uur iets om je koolhydraten en zouten op pijl te houden. Je kunt daarvoor sportrepen, fruit en gelletjes (vooral voor het laatste deel van de inspanning) gebruiken.

8. Val ik af door het fietsen?

Fietsen geeft geen garanties voor afvallen. Geen enkele sport eigenlijk. Lichaamsgewicht verliezen is enerzijds afhankelijk van voldoende beweging en anderzijds van gezonde beweging. Je kunt 5 keer per week intensief fietsen, als je slecht eet val je toch niet af. 

9. Hoe vaak moet ik fietsen?

Je moet niets. Het aantal keren dat je fietst per week is afhankelijk van je beschikbare tijd en je doel. Wel geldt dat meerdere intensieve ritten per week meer bijdragen aan een betere conditie en gezondheid dan één lange weekendrit. 

10. Hoeveel kilometer moet ik fietsen?

Focus niet op kilometers maar op tijd en intensiteit. Kilometers helpen je jouw tochten meetbaar te maken en aan je vrienden te laten zien hoe goed je bezig bent. Hieronder vind je trainingsschema's waarmee jij je in 8 weken voorbereidt op je eerste mountainbiketocht van 25 km of toertocht van 60 km over de weg. 

Trainingsschema wielrennen 60 km

Trainingsschema mountainbike 25 km

11. Ben ik klaar voor een toertocht?

Ja! Op onze kalender vind je zo’n 2.500 toertochten per jaar. De meeste tochten bieden keuze uit verschillende afstanden voor verschillende niveaus. Daardoor is er altijd een afstand die bij jouw niveau past. Bovendien zijn er volop verzorgingsposten waar je kunt uitrusten, iets kunt eten en je bidon kunt vullen.

12. Hoe weet ik of ik beter word?

Rijd een rondje en klok jezelf. Fiets je dezelfde ronde na een maand sneller, dan ga je vooruit. Je merkt bovendien aan je lichaam dat het gebruikelijke rondje minder energie kost. Fietsen is echter niet alleen een conditionele sport. Techniek speelt een belangrijke rol. Wanneer je over een betere stuurtechniek beschikt, verlies je minder tijd in de bochten en ga je sneller.

13. Heb ik een trainer nodig?

Dat hangt af van je trainingsdoelen. Wil je in de Alpen gaan fietsen of een tocht van meer dan 200 km maken? Dan kan een trainer je daar uitstekend bij helpen. Bovendien kan een trainer je fietstechniek verbeteren. Daar gaat niet alleen het fietsplezier van omhoog, de weg wordt er ook een stuk veiliger op. Je techniek verbeteren? Volg een Start2Bike training!

Tijdens Start2Bike leer je in 4 weken de basisvaardigheden van sportief fietsen.

14. Kan ik meefietsen met de plaatselijke wielerclub?

Nederland kent meer dan 500 wielerverenigingen waar je zonder enige verplichting gratis een keer meefietst. De meeste clubs hebben meerdere snelheidsgroepen. Fiets een keer mee en ontdek welke groep bij jouw niveau past en of de club je aanspreekt. Kijk hier voor een overzicht van alle NTFU-verenigingen.

15. Wat neem ik mee tijdens een tocht?

Voldoende drinken (twee bidons van 750ml) en eten, reserveband, fietspomp, bandenlichters, multitool, telefoon, geld en identificatie. 

16. Moet ik een fietsbroek kopen?

Ja. Een fietsbroek voorkomt klachten zoals een geïrriteerde huid, schuurplekken en zadelpijn. De zeem zorgt er voor dat het zweet wordt opgenomen en je dus droge billen houdt tijdens het fietsen. Daarnaast zorgt de zeem voor demping en comfort. 

17. Draag ik een onderbroek onder mijn fietsbroek?

Nee, draag nooit een onderbroek onder je fietsbroek. Door de naden in je onderbroek kan je zitvlak irriteren en kunnen er schuurplekken ontstaan.

18. Welke kleding moet ik kopen? 

Afhankelijk van je budget kun je een complete, matchende wieleroutfit kopen. Dat is natuurlijk niet noodzakelijk. Met een goede fietsbroek fiets je comfortabeler en een helm en handschoenen zijn noodzakelijk ter bescherming. De overige delen van je kledingset kun je zelf invullen. Draag je liever geen strakke kleren? Geen probleem! Steeds meer fabrikanten hebben ‘baggy’ (ruime) kleding voor zowel wielrenners als mountainbikers. Je kunt natuurlijk ook een normaal sportshirt dragen. Let er op dat het shirt vocht afvoert zodat je geen kletsnatte rug krijgt.  

19. Moet ik een helm op? 

Daar kunnen we kort over zijn: Ja! Een helm vangt de ergste klap op bij een valpartij waardoor ernstig letsel voorkomen kan worden. Tips over de aanschaf van een nieuwe helm vind je hier. Let op! Een helm heeft een beperkte houdbaarheidsdatum en na een val biedt de helm onvoldoende bescherming. 

20. Ben ik te oud om te fietsen?

Onzin! Er zijn genoeg 70-plussers die de jonge garde het snot voor de ogen rijden. Fietsen kun je tot op hoge leeftijd blijven doen doordat je de gewrichten nauwelijks belast. Bovendien is een duursport zoals fietsen goed voor je hart- en bloedvaten. Lees meer over verantwoord trainen wanneer je ouder wordt.