• Gezondheid
  • Gewijzigd op 25 maart 2026

Wat is bekkenslagaderaandoening en wat kun je ertegen doen?

Veel wielrenners krijgen te maken met bekkenslagaderaandoening. Hoofdredacteur Bram, zelf door een vaatprobleem geveld, diept uit hoe je eraan komt en wat je ertegen kunt doen.
Wat is bekkenslagaderaandoening en wat kun je ertegen doen?
Wat is bekkenslagaderaandoening en wat kun je ertegen doen?
Op een zonovergoten julidag fiets ik door het Rijk van Nijmegen. Ik ben in topvorm. Tijd voor een PR-poging op de Oude Holleweg! Vol vertrouwen ga ik aan op de helling die bij Beek het bos induikt. Gestaag vlieg ik omhoog. Nog even doorbijten na de linkerbocht. Maar dan gebeurt er iets onverwachts. Mijn linkerbeen loopt langzaam vol, terwijl mijn rechterbeen nog kracht over heeft. Op mijn fietscomputer zie ik de achterstand op mijn PR oplopen. Mijn linkerbeen verkrampt nu helemaal en ik gooi de handdoek in de ring. Poging mislukt. Binnenkort maar eens naar de sportarts om te kijken wat er aan de hand is.

Een paar maanden later zit ik in het Maxima Medisch Centrum (MMC) in Veldhoven, afdeling sportgeneeskunde tegenover sportarts Goof Schep en bewegingswetenschapper Martijn van Hooff. “Dit is een slecht nieuws-gesprek…”, begint hij. Ze hebben gevonden waarvoor ik vreesde: een vernauwing in de bekkenslagader.

Fabio Jakobsen

Regelmatig komen in de media berichten voorbij over profs die door een vaatprobleem gevloerd worden. Van Steven Kruijswijk tot Marianne Vos en van Annemiek van Vleuten tot Fabio Jakobsen en recentelijk Eli Iserbyt, voor wie het zelfs einde carrière betekende.

Maar ondertussen rijdt er een veel groter peloton van recreanten rond dat ook door een vaatprobleem wordt afgeremd en niét de krantenkoppen haalt. Het MMC schat dat ongeveer één op de vijf profwielrenners aanleg heeft voor een bekkenslagaderblessure. Nederland telt daarnaast zo’n 920.000 recreatieve fietsers, waardoor waarschijnlijk ook veel recreanten met deze aandoening rondrijden.

Als enige erkende topklinisch expertisecentrum behoort het MMC tot de wereldwijde koplopers in de behandeling ervan. Onder aanvoering van de helaas inmiddels overleden sportarts Goof Schep werden sinds eind jaren ’90 methodes ontworpen om de blessure op te sporen en te behandelen. Profwielrenners van over de hele wereld wisten en weten hun weg naar Veldhoven te vinden.

Knikkende tuinslang

De blessure wordt vaak veroorzaakt door de gebogen houding op de fiets, waarbij er bij elke pedaalslag spanning komt te staan op de bekkenslagaders die naar je benen lopen. Bij de meeste sporters veroorzaakt dit geen problemen. Maar bij een kleine groep met ongunstige vaten kan dit al vanaf zo’n vijf jaar of 50.000 kilometer fietsen gaan opspelen.

"De bekkenslagader kan gaan knikken, zoals bij het buigen van een tuinslang, waardoor de bloedtoevoer wordt beperkt"

De bekkenslagader kan gaan knikken, zoals bij het buigen van een tuinslang, waardoor de bloedtoevoer wordt beperkt. Of er ontstaat littekenweefsel in de buitenbocht van het vat, met als gevolg dat het vat smaller wordt en er dus minder bloed doorheen kan. Het gevolg: gevoel van verzuring, verkramping of een machteloos gevoel in het geblesseerde been als je hard fietst.

Tijdens het slecht nieuws-gesprek maakte de dokter de vergelijking met een keukenkastje. “Als je een kwalitatief goed keukenkastje 1000 keer open en dicht doet, is dat geen probleem. Maar een keukenkastje van mindere kwaliteit kan kapot gaan.” Oké, mijn vaten zijn dus als slechte keukenkastjes.

Zadel omhoog

Hamvraag is natuurlijk: wat kun je tegen deze blessure doen? De meest voordehandliggende optie is je training zo aanpassen dat de klachten minder worden opgewekt. “Doe bijvoorbeeld lange duurtrainingen onder de klachtendrempel. Of doe korte intervals van 30 tot 60 seconden”, zegt sportarts Paul Schreuder van het MMC, de opvolger van dokter Schep. Met name bij een knikkende bekkenslagader kan ook het aanpassen van de fietshouding helpen. “Zorg voor een grotere heuphoek, zodat het vat minder snel knikt. Bijvoorbeeld door het zadel naar voren en het stuur hoger te zetten. Of met kortere cranks.”

"Met name bij een knikkende bekkenslagader kan ook het aanpassen van de fietshouding helpen"

Bij het MMC zijn ze bij recreanten iets terughoudender met opereren, maar de optie blijft beschikbaar. Bijvoorbeeld als koersen je lust en je leven is en je zonder operatie niet meekunt met het peloton. Of als de klachten zo erg worden dat je zonder operatie je fietspassie moet opgeven. Tijdens een operatie kan het vat worden losgemaakt of ingekort om het knikken te verhelpen. Een vernauwing kan worden verholpen door het vat open te snijden en wijder te maken met en stuk ader dat elders uit je bovenbeen wordt gehaald. Stuk voor stuk ingrijpende operaties met een hersteltraject van zes tot acht weken, geven vaatchirurgen Maarten Loos en Roel Vaes aan.

Hoe mijn vaten er vijf jaar na de diagnose voorstaan? Na verloop van tijd kwam het besef dat ik gezien mijn voortschrijdende leeftijd en gezinssituatie (inmiddels twee jonge kinderen en dus minder trainingstijd) sowieso geen PR’s meer op de Oude Holleweg zou rijden. Bovendien is er ook mét bekkenslagaderblessure nog genoeg plezier, avontuur en uitdaging mogelijk op de fiets. Zes keer op één dag de Mont Ventoux beklimmen bijvoorbeeld. Maar wel onder periodieke controle van het MMC. Vinger aan de pols dus…

Weten of jouw klachten ook bij een vaatprobleem passen? Doe hier de selfcheck van het Maxima MC.


 
Bram De Vrind
Door Bram De Vrind

Gek van reizen én fietsen. Inspireert fietsers letterlijk hun grenzen te verleggen met reisverslagen op Fietssport.nl en in Fietssport Magazine.

Dit vind je misschien ook interessant