Gezondheid Gewijzigd op 5 januari 2022

De 5 meest voorkomende fietsblessures

Wielrennen en mountainbiken horen niet tot de meest blessuregevoelige sporten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld voetbal en hockey. Maar, in de categorie ernstige blessures scoort de fietssporter hoog. Als je valt, kan het ook meteen goed mis zijn.

De 5 meest voorkomende fietsblessures

Mountainbikers bezoeken relatief gezien het vaakst de spoedeisende hulp, wielrenners staan in die ranglijst op plek drie. Ruim een kwart van het bij een val opgelopen letsel gaat om de welbekende sleutelbeenbreuk. Deze zogenoemde traumatische, ook wel acuut-ontstane blessure is de tegenhanger van de niet-traumatische blessure, die wordt veroorzaakt door overbelasting. Rugpijn, zitvlakblessures, hand- en polsklachten en kniepijn zijn daarvan de meest voorkomende. 

Hieronder lees je meer over de belangrijkste fietsblessures, evenals mogelijke oorzaken en oplossingen. De focus ligt hierbij op de niet-traumatische blessures, maar trapt desalniettemin af met de sleutelbeenbreuk, aangezien deze het meest voor komt. 

1.    Sleutelbeenbreuk

De sleutelbeenbreuk wordt meestal veroorzaakt door een val op de gestrekte arm of een val direct op de schouder. Het doet veel pijn en een bezoek aan de spoedeisende hulp moet zo snel mogelijk plaatsvinden. 

In Nederland kiest men in de meeste gevallen, uiteraard afhankelijk van de ernst van de breuk, voor een conservatief beleid; geen operatie, maar een aantal weken in een mitella. Dat betekent hooguit fietsen op een indoortrainer. 

Hoewel de prognose goed is, is het belangrijk het herstel de tijd te geven en je te laten begeleiden door een arts of fysiotherapeut. Deze laatste kan tijdens het herstelproces van nut zijn bij het herwinnen van de mobiliteit en stabiliteit van de aangedane schouder.

2.    Rugpijn

Rugpijn komt veel voor bij zowel wielrenners als mountainbikers. Het betreft meestal lage rugpijn; pijn in de rug rond de lendenwervels en het gewricht tussen het heiligbeen en bekken. Deze pijn straalt soms uit naar billen en bovenbenen. De oorzaak kan liggen in onjuiste afstelling van de fiets. Zowel zadelhoogte alsook de afstand van het zadel naar stuur zijn hierbij van belang. 

Er kan ook sprake zijn van een tekortschietende rompstabiliteit. Rompstabiliteit is een populair begrip in de sportwereld, maar niet bijster goed afgebakend. Het zegt in ieder geval iets over het vermogen om de romp in balans te houden en te controleren onder verschillende omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens het fietsen. 

Hiervoor zijn passieve structuren als botten en bandjes verantwoordelijk, maar ook actieve structuren. Dit zijn rug-, buik- en bekkenspieren. Als de rugklachten gedurende een langere fietsrit ontstaan, is vermoeidheid van deze spieren een waarschijnlijke oorzaak. Meestal schudt je dan meer heen en weer op het zadel, de stabiliteit van de romp kan niet meer goed worden gehandhaafd. 

Te korte, of te lange spieren kunnen eveneens rugklachten veroorzaken. Bij wielrenners willen verkorte heupbuigers hier nog weleens verantwoordelijk voor zijn. Als de rugklachten gepaard gaan met aanhoudende pijn, forse uitstraling naar een been, of gevoels- of krachtverlies, is het zaak de huisarts te op te zoeken. 

3.    Zitvlak

De zitvlakblessure is berucht in het wielrennen. Er bestaan diverse vormen, zoals pijn rond de zitbeenknobbels, gevoelloze genitaliën of irritatie van het huidgebied tussen anus en scrotum, respectievelijk anus en vagina. Hierbij ontstaan regelmatig cysten of puisten. De oorzaken zijn heel divers. 

Belangrijk is een goede afstelling van het zadel; bij een te hoog staand zadel schuift de fietser heen en weer, wat tot veel wrijving leidt. Eerder in dit artikel kwam al naar voren dat heen en weer schuiven op het zadel ook veroorzaakt kan worden door een tekortschietende rompstabiliteit. 

Het zadel mag bovendien niet te ver naar voren of achteren geplaatst zijn; in dit laatste geval ontstaat onnodige wrijving tussen lies en zadel. Een goed zadel is van groot belang. Een uitsparing in het zadel is niet altijd de juiste oplossing en kan soms zelfs averechts effect hebben. Verder zakt een zadel met de jaren vaak wat door, vervanging kan dan noodzakelijk zijn.

Bezuinig niet op de fietsbroek, een goed zeem is onontbeerlijk en kan veel misère voorkomen. Draag geen onderbroek onder de fietsbroek en trek de broek na het fietsen direct uit om huidirritatie te voorkomen 

4.    Hand- en polsklachten

Hand- en polsklachten komen veel voor en ontstaan vaak tijdens langere ritten. De oorzaak is meestal druk op een van de polszenuwen, de zogenoemde ‘nervus ulnaris’. Vaak merk je tijdens het fietsen een pijnlijk, doof of tintelend gevoel in de pink en ringvinger. 

Hoewel minder waarschijnlijk, kan ook een andere zenuw zijn aangedaan; meestal zijn de klachten dan meer naar het midden van de hand gelokaliseerd. De klachten verdwijnen vaak na het fietsen. 

Oorzaak kan een verminderde beweeglijkheid van de pols zijn, maar ook een verkeerde of te eenzijdige fietshouding. Het af en toe afwisselen van de positie van de handen op het stuur kan helpen, evenals het dragen van fietshandschoentjes. 

Soms is het nuttig een iets dikker stuurlint te monteren. In een klein deel van de gevallen worden hand- en polsklachten veroorzaakt door een nekprobleem. Een huisarts of fysiotherapeut kan helpen de bron op te sporen.

5.    Kniepijn

Van alle niet-traumatische blessures is kniepijn de meest belemmerende. Vaak gaat het om pijn aan de voorzijde van de knie en is er irritatie van het kraakbeen tussen knieschijf en bovenbeen. Ook kan de kniepees geïrriteerd zijn. 

Bijna altijd is sprake van ofwel een verkeerde fietshouding, ofwel een teveel aan trainingsarbeid. Qua houding is de zadelhoogte het eerste waarnaar moet worden gekeken. Bij een te laag afgesteld zadel is de druk op de knieschijf veel groter dan bij een goed afgesteld zadel. Echter ook andere aspecten van de houding, zoals de afstelling van de schoenplaatjes, kunnen belangrijk zijn. 

Is de oorzaak gelegen in de trainingsarbeid, dan kan het zijn dat de duur, intensiteit of frequentie te hoog ligt of te abrupt is opgevoerd. Ook kan het trappen van een te zwaar verzet zorgen voor lokale overbelasting. Deze factoren kunnen stuk voor stuk goed worden aangepakt. Soms helpen ondersteunende oefeningen om de grote bovenbeenspier te versterken.

Tekst: Daan Sindelka, fysiotherapeut MSc bij De Fysio in Soesterberg

Dit vind je misschien ook interessant

Speciale zorgverzekering voor fietsers

Voor het behalen van je sportieve doelen wil je fit zijn. En is een goede gezondheid belangrijk. Daarom hebben NTFU en Zilveren Kruis afspraken gemaakt over een zorgverzekering speciaal voor fietsers. Met extra vergoedingen en korting op jouw premie.

Meer informatie
 

Ontvang inspiratie in je mailbox

Ontvang inspiratie in je mailbox

Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief en ontvang maandelijks de beste artikelen uit ons online magazine.

Haal meer uit Fietssport en ga voor het PLUS account. Bekijk de voordelen
Haal meer uit Fietssport en ga voor het PLUS account. Bekijk de voordelen