De reuzen van het Zwarte Woud

Wolkensluiers lossen op boven het dichte woud, een streepje blauwe lucht verschijnt aan de hemel. Als we beginnen aan onze tocht door het Hochschwarzwald, lost langzaam het deken van mist op dat de Titisee vannacht over het dal heeft gelegd.

De reuzen van het Zwarte Woud

We zijn deze ochtend vanuit het hotel aan het meer vertrokken voor een uitdagende tocht door het hoogste deel van het Zwarte Woud in Zuid-Duitsland. Tijdens deze ‘Königsfahrt’ (Koninginnenrit) van 150 kilometer gaan we de drie reuzen bedwingen van deze regio in Duitslands grootste bosgebied. Achtereenvolgens krijgen we de zwaarste (Kandel, 1202 meter), bekendste (Schauinsland, 1182 meter) en hoogste (Feldberg, 1493 meter) klim van het gebied voor de wielen. Deze cols die stuk voor stuk langer dan tien kilometer zijn, prijken hoog in de ranglijstjes van zwaarste beklimmingen van Duitsland. Daarmee vormt het Hochschwarzwald (650 kilometer van Utrecht) een goed alternatief voor liefhebbers van het betere klimwerk die niet helemaal naar de Alpen willen tuffen.  
Fietsgids Florian en zijn maat Hannes zijn vandaag mijn strijdmakkers.

Fietsen met Hannes en oud-prof Florian. Dat wordt aanpoten!

Wispelturige klim

Na een korte beklimming vanaf de Titisee zetten we een lange afdaling in richting het dal van de Rijn die in een brede vallei langs het Zwarte Woud meandert. We duiken een kloof in met een wild riviertje dat zich een weg langs ruige rotspartijen baant. Het wassende water is al eeuwen de aandrijfkracht van de houten watermolen die we passeren. Met een ontspannen gangetje bereiken we het laagste punt van onze tocht, waar het deze mooie nazomerdag drukkend warm is. 

Als we bij het dorpje Waldkirch terug richting de heuvels draaien, is het echter gedaan met het freewheelen. We beginnen aan de beklimming van de Kandel, de eerste van de drie reuzen. Met een lengte van 11 kilometer en 902 hoogtemeters is hij meteen de zwaarste van het stel. Hannes houdt het tempo strak als we het bos inrijden, Florian volgt met twee vingers in zijn neus. Ik heb moeite om in mijn ritme te komen. De Kandel is wispelturig: hij gaat van steil naar afvlakkend en weer terug. 

Als we een kabbelend riviertje passeren, stroomt het zweet van mijn gezicht. Boven me zie ik de weg na een haarspeldbocht door het woud lopen. Er volgt daarop nog een haarspeldbocht en nog één. Ik waggel van links naar rechts over de weg. Er lijkt geen einde aan de klim te komen. 

Vogezensilhouet

Maar dan rijden we ineens het bos uit en bereiken de top met een groot ‘Berghotel’ en kleurrijke bloemenweide. We knijpen in de remmen om even uit te puffen, terwijl we ons vergapen aan een weids uitzicht op het Rijndal en aan de horizon het silhouet van de Franse Vogezen

Een lange afdaling brengt ons terug in het zwoele Rijndal. We stoppen bij het gezellige koffietentje Biosk in een buitenwijk van Freiburg, de ‘hoofdstad’ van het Zwarte Woud. We hebben er nu al 85 kilometer opzitten en moeten nog twee fikse beklimmingen. Opgepept door een huisgemaakte mueslireep en verfrissende Fritz-kola zetten we vol goede moed koers naar de Schauinsland, de bekendste col van het gebied en de ‘huisklim’ van Freiburg. Hij is weliswaar ongeveer net zo hoog (1198 meter) als de Kandel, maar een stuk langer (15 kilometer) en dus minder steil. 

Hannes houdt het tempo een stuk minder strak als we op de Schauinslandstrasse beginnen aan de klim. Het dichte woud schermt ons als een enorme parasol af van de zon. Boven ons suizen dagjesmensen vanuit Freiburg naar de top van de berg met Duitslands langste kabelbaan. 

De reuzen van het Zwarte Woud

Vrouwenstem

Dan horen we achter ons plotseling een vriendelijk ‘hallo’ klinken. Een vrouwenstem. Sierlijk en met hoog beenritme rijdt ze ons voorbij. We worden gechickt! Op de één of andere manier kunnen wij mannen dit niet over onze kant laten gaan. Ik schroef het tempo op om de ‘achtervolging’ in te zetten. Maar dan moet Hannes lossen. Hij slaakt een kreet en staat volledig geparkeerd. “O, jullie zijn nog maar met zijn tweeën”, merkt de dame spitsvondig op als Florian en ik na een paar kilometer eindelijk langszij komen. Ze vertelt dat ze fervent mountainbiker is en de Schauinsland regelmatig beklimt vanuit haar woonplaats Freiburg. Met zijn drieën rijden we de laatste kilometers met wisselende vergezichten op het Rijndal naar de top, waar Florian en ik wachten op Hannes. We zijn verrast als hij plotseling uit een grote Volvo stapt. “Lekke band. Ik ben blij dat die meneer me een lift wilde geven”, zegt Hannes. Gelukkig kunnen we de band repareren en kan Hannes er weer tegenaan. 

De route voert verder over de bergtop met wijds uitzicht op de eindeloze sparren- en dennenbossen die het Zwarte Woud zijn naam hebben gegeven. Het gebied werd al in de Romeinse tijd ‘Silva Nigra’ genoemd: latijn voor ‘Zwarte-’ of ‘Donkere Woud’. In de weides beneden ons grazen koeien bij typische Zwarte Woud-boerderijen met grote kappen en de eeuwige geraniums aan de balkons. In de verte zien we de kale Feldberg die uittorent boven de beboste heuvels. 

Papbenen

De markante top is de laatste van de drie reuzen die we moeten bedwingen. Met pap in de benen begin ik vanuit het dorpje Todtnau (650 meter) aan de col, terwijl mijn kilometerteller naar 120 kilometer springt. Hannes haakt al gauw af om verder te klimmen in eigen tempo. De zon schijnt fel in mijn gezicht, zweetdruppels tikken op mijn frame. Ik zwoeg en ploeter me grimassend een weg omhoog. Ondertussen zit Florian in alle rust over zijn wielercarrière te vertellen, alsof hij bezig is aan een ouwelullenrondje op zondagochtend door de polder. Hij is niet kapot te krijgen vandaag.

Eenmaal op de pas slaan we linksaf naar het skicentrum aan de voet van de hoogst gelegen piste van het gebied. Daar steken we de onverharde parkeerplaats over om onze weg via een smal asfaltpad te vervolgen – nu willen we ook helemaal naar de top. Behoedzaam zigzaggen we tussen de toeristen door richting de kale bergrug. Daar schiet het pad huiveringwekkend steil omhoog richting de top. Ik neem een laatste slok uit mijn bidon en ga volledig gesloopt met Florian het eindsprintje aan dat ik toch nooit kan winnen. Het eerste stukje gaat voortvarend, maar de bult is langer dan ik dacht. De laatste meters zak ik er volledig doorheen en gaat Florian me voorbij. Ik heb met mijn laatste krachten gesmeten.

Dan bereiken we het uitkijkpunt op het dak van het Zwarte Woud op 1493 meter. Daar hebben we uitzicht over het hele gebied, inclusief de twee andere reuzen die we vandaag hebben bedwongen. De Kandel zetelt naast een reeks windmolens in het noorden, in het westen ligt de Schauinsland met een uitkijktoren op zijn buik. “Nu ben ik ook moe”, zegt Florian als we inklikken voor de afdaling naar het hotel.