In vier dagen bikepacken van Parijs naar Maastricht, dat is het plan. Het Noordfranse gravel lonkt. Tussen Parijs en de Belgische grens liggen honderden kilometers aan onontgonnen terrein, dat we eigenlijk alleen kennen van snelwegritten naar het Zuiden. En vanaf die snelwegen zie je grindwegen liggen, veel grindwegen. En verder eigenlijk niet zo veel, behalve akkers en her en der een dorpje.
Is het gebied dat ten oosten van de Hel van het Noorden ligt een onontdekt gravelparadijs? Ik zocht het uit.
Met de bus naar Parijs
Het loopt tegen middernacht en in de grotendeels lege hal van het centraal station van Eindhoven is het niet veel warmer dan buiten. Ik ben van mijn woonplaats in een uurtje naar Eindhoven Centraal gepeddeld en dat was een stuk kouder dan ik gedacht had. Klappertandend vis ik het donsjack uit mijn zadeltas en trek het aan. Hopelijk warm ik in het volgende uur weer een beetje op.
De laatste treinreizigers haasten zich door de poortjes. Op de stationsklok tikken de secondes weg. Rond één uur ’s nachts fietst mijn reisgenoot de hal binnen en tegen half twee verschijnt een straat verderop een Flixbus uit de duisternis. Samen met de chauffeur hangen we onze gravelbikes op de steunen achter op de touringcar en dubbelchecken of alles goed vastzit. Instappen maar. Op naar Parijs.
"Samen met de chauffeur hangen we onze gravelbikes achter op de bus"
Om een uur of zeven ’s morgens stappen we in het grote ondergrondse busstation van Bercy uit de touringcar. De reis is alleszins meegevallen, we hebben onderweg best nog wat kunnen slapen. Gelukkig komen de fietsen onbeschadigd van de bus en vijf minuten later fietsen we langs de Seine.
Kilomètre zero
Onze eerste halte in de ontwakende stad is de
kilomètre zero tegel voor de Notre Dame. Vanaf dit punt worden alle afstanden naar Parijs gemeten, wat ons betreft een mooi beginpunt voor dit bikepackingavontuur. Daarna rijden we via het Louvre naar de Eiffeltoren, waar we ontbijten. Vervolgens gaat het via de Arc de Triomphe naar Montmartre. Daar genieten we even van het uitzicht bij de Sacre Coeur.
Voor wie gewend is de metro te nemen of te wandelen, is het fietsen door de stad een openbaring. In de Franse hoofdstad ligt sinds een paar jaar een behoorlijk uitgebreid netwerk van fietspaden. En hoewel voor Nederlandse begrippen soms knullig aangelegd, het werkt. Je bent voor je het weet bij het volgende toeristische hoogtepunt.
"In Parijs ligt sinds een paar jaar een behoorlijk uitgebreid netwerk van fietspaden"
Verrassend snel ook, rijden we de stad uit. We volgen in noordoostelijke richting het Canal de l’Ourcq. Het fietspad langs het water duikt onder alle wegen door, van de slaapsteden die hier liggen merken we niets. Alhoewel, onder verschillende bruggen staan tentenkampen van mensen die het minder goed getroffen hebben en daar een schuilplaats vinden voor de nacht.
Gravel met groen glas
Als we uiteindelijk van het kanaal wegdraaien krijgen we de eerste gravelstroken voor de wielen. Om ons heen golvende landbouwgronden met wuivend graan. Dat we nog dicht bij de stad zijn merken we alleen aan de vliegtuigen die laag overvliegen, op weg naar de luchthavens van Orly of Charles de Gaulle.
Al snel merken we dat een plaatselijke aannemer het grind in een fors gebied gemengd heeft met groen glas. Overal ligt het tussen de steentjes geduldig te wachten op onze banden. Ik verwacht de witte sealant elk moment uit onze banden van respectievelijk 40 en 45 mm te zien spuiten. Maar dat gebeurt niet. Blijkbaar is het glas niet heel scherp, of zijn onze Schwalbes taai genoeg.
"We krijgen echt alle soorten gravel voor de kiezen, van fijne steentjes tot grove keien"
Het Noordfranse land is mooier en gevarieerder dan vooraf gedacht. Bosrijke dalen en plateaus met graanvelden wisselen elkaar de volgende dag af. En sommige zones bieden inderdaad dat waar we naar op zoek waren. We krijgen echt alle soorten gravel voor de kiezen, van fijne steentjes tot grove keien. Vaak geel of lichtgrijs van kleur.
De paden die Komoot voor ons kiest zijn bijna allemaal goed te fietsen. Een enkele keer moeten we in een dichtbegroeid bos afstappen voor een paar omgevallen bomen, of leidt de route over een pad dat volledig kapotgereden is door landbouwvoertuigen. Veel bebouwing is er niet, af en toe doorkruisen we een dorpje, meestal zonder winkels. Een enkele keer treffen we een prachtig kerkgebouw, eentje daarvan staat zomaar los in de velden.
Jeannie Longo
In een wat groter plaatsje worden we al op straat voor de boulangerie enthousiast ontvangen door de bakker. Bewonderend bekijkt hij de Specialized Crux en de Canyon Grizl waarmee we deze klus klaren. Zelf fietst hij ook, verzekert hij ons, elke woensdag een flinke ronde. Maar niet zo goed als zijn vrouw, die binnen koffie en croissants voor ons verzorgt. Zij is een Jeannie Longo die hem er op elke klim moeiteloos vanaf rijdt. En door is hij, naar de volgende klant, die na een innige omhelzing weer een ander mooi verhaal te horen krijgt.
"Laon ligt hoog boven op een heuvel te pronken"
Door gaan wij ook, naar Laon. Ik had een grauwe industriestad in gedachten, maar de werkelijkheid is totaal anders. Of eigenlijk: mooier. De stad ligt hoog boven op een heuvel te pronken, de torens van de kathedraal zijn van veraf al te zien. We wijken van de route af en klimmen met enkele haarspeldbochten naar boven.
Onze extra inspanning wordt beloond met een schitterend uitzicht over de omgeving. In de stad geven de witte en roze paraplu’s en ballonnen die boven de smalle straten hangen de stad een hele vrolijke aanblik. Na een uitstekende lunch in een restaurant voor de kathedraal dalen we af en vervolgen onze tocht. Als we twintig kilometer verder achterom kijken zien we de stad nog steeds liggen.
Voies vertes
In het grensgebied met België valt op hoeveel oude spoorlijnen hier omgebouwd zijn tot fietspaden die
voies vertes (groene wegen) genoemd worden. Daarop fietsen schiet lekker op. Meestal ligt er snel gravel en ze hebben natuurlijk nergens scherpe bochten, steile klimmen of technische afdalingen. Wel is het uitzicht vaak beperkt en krijg je daardoor niet zoveel van het landschap mee.
Klimmen in de Ardennen
In de Franse Ardennen moet er steeds meer geklommen worden. We duiken het wat grauw aandoende dal van de Maas in en klimmen er aan de andere kant weer uit. Terwijl we op een rots genieten van het uitzicht over de rivier, vallen voorzichtig de eerste druppels van deze reis. Terwijl de regen doorzet passeren we de grens met België. Omdat het voor de tijd van het jaar nogal fris is, krijgen we het ondanks dat we jacks dragen die wel wat kunnen hebben, koud. We zijn blij als we uiteindelijk verkleumd een appartement vinden met heel veel verwarmingsradiatoren, zodat we onze kleren kunnen drogen.
De laatste etappe door de Ardennen is voor ons bekender terrein. Rondom Spa fietsen we wel vaker. Omdat het weer ons niet gunstig gezind is, besluiten we dat we genoeg gravel gezien hebben en over de weg de kortste route naar Maastricht te nemen.
Ik zet met de Strava app op mijn iPhone een nieuwe route uit. Deze loopt grotendeels langs de rivier. We hoeven nauwelijks meer te klimmen en lopen met enig geluk een wolkbreuk mis. Terwijl achter ons de donkergrijze wolken afdrijven richting Duitsland, spuiten we bij een carwash bij Visé de fietsen schoon.
De grens over
We steken de Nederlandse grens over, maken een foto bij het plaatsnaambord van Maastricht en zijn precies op tijd bij het station om de trein terug naar Eindhoven te nemen.
"Dit was vier dagen genieten met gemiddeld 120 km op een dag"
Terwijl de wagons over het spoor wiegen raken we in gesprek met een ultrafietser die een dagje getraind heeft voor de Race around the Netherlands. We realiseren ons dat wat we in vier etappes gedaan hebben, door een beetje ultrafietser prima in één keer afgelegd kan worden. Maar goed, dit was wel vier dagen genieten met gemiddeld 120 km op een dag. Zeg, waar zouden die Flixbussen allemaal nog méér naartoe gaan?
Download dag 1
Download dag 2
Download dag 3
Download dag 4