Toeleven naar een grote tocht

Wielerploeg Delta Cycling begeleidde de afgelopen 100 dagen 15 recreatieve wielrenners naar een ultieme eindtocht van 240 km door de heuvels van Zuid-Limburg. Met inspanningstesten, gezamenlijke thematrainingen en persoonlijke trainingsschema's.

Toeleven naar een grote tocht

Een van de deelnemers is Marijn van Houtum, 39 jaar en hoofd juridische zaken bij een groot Japans hardloopschoenenmerk. We spreken hem enkele dagen voor de grote tocht, op het moment dat de spanning op zijn hoogst is.

Spanning als een prof

Ik heb er zin in, maar ik vind het ook wel spannend. Ik was vanochtend nog even nieuwe bandjes gaan halen en vanmiddag maak ik nog een keer mijn fiets goed schoon. Dan gaan we het zien. Het is ook het gevoel vertalen, net als profs doen. Misschien zijn er inderdaad wel wat zenuwen, maar misschien is dat wel juist dat beetje dat ik nodig heb om me echt op scherp te zetten. Het is een soort gecombineerd gevoel. Ik heb er heel veel zin in, maar ik ben ook wel zenuwachtig omdat het zo’n enorme uitdaging is. Ik ben er van overtuigd dat ik de vruchten ga plukken van alle trainingen en goede tips die we in het traject hebben gehad.

Samen trainen naar een doel

De groep van vijftien deelnemers bestond uit een zeer gemêleerd gezelschap van recreatieve fietsers. De ene met meer ervaring met grote cyclo’s en lange afstanden in het zadel dan de ander. Samen werden ze door Delta Cycling in 100 dagen klaargestoomd voor de tocht der tochten.

Los van het specifieke trainingsschema dat we kregen van de trainer vond ik het heel erg leuk om dit traject met een groep te doen. Samen trainen en samen het hele proces beleven.

Vanaf het moment dat ik van de manager van Delta Cycling een mailtje kreeg dat ik mocht meedoen aan dit traject moest ik even een paar keer slikken. Oké, nu wordt het echt! Toen begonnen we met een gezamenlijke aftrap, waarbij we elkaar als deelnemers en begeleiders leerden kennen. Jelle de Jong, de trainer van Delta Cycling zette toen uiteen hoe de komende 100 dagen er voor ons als deelnemers uit ging zien. Toen hebben we meteen een inspanningstest gedaan om te zien hoe we er fysiek voor stonden aan het begin. Vandaaruit werd bepaald wat ik op dat moment kon en hoe we het programma zo konden inrichten dat ik optimaal naar die eindtocht kon toe trainen. 

Daarna zijn we begonnen met verschillende gezamenlijke trainingen waarin in elke training een bepaalde focus werd gelegd. In een groep leren rijden, lage cadans, hoge cadans, focus op klimmen, focus op dalen, voeding, enzovoort. Zo groeide je echt in de verschillende aspecten die je uiteindelijk nodig had voor de eindtocht.

Het aspect van samen maakte het traject ook mooi. Dat is bij fietsen anders dan bij het hardlopen wat ik gewend was. Als je in een groep fietst met fietsers waarbinnen een groot niveauverschil is, kun je toch samen fietsen. De sterkere fietsers doen wat extra kopwerk en de mindere kunnen zich in de buik van de groep sparen. Zo helpen we elkaar er ook doorheen.

Toeleven naar een grote tocht

Iedereen met een eigen doel

Alle sportievelingen uit de regio Rotterdam konden zich opgeven voor het traject. Ieder met zijn of haar eigen reden om zich op te geven. Fit worden, een doel te hebben, voorbereiden op een grote tocht op de kalender. 

Voor mij was het eigenlijk tweeledig. Hat was eigenlijk in eerste instantie ingedreven omdat mijn vriendin en ik net een kleintje hebben gekregen, die is nu vier maanden oud. Ik was altijd wel sportief bezig, allemaal wel op amateurniveau en als hobby, maar waar ik bang voor was, was dat ik geen tijd meer vrij zou maken om te doen waar mijn passie ligt en dat is sport bedrijven. Me inschrijven voor dit programma van Delta Cycling en Univé was een hele goede stok achter de deur om te trainen en een doel te hebben.

De andere kant van mijn deelname is dat ik vanuit mijn werk veel loopjes heb gedaan en op een gegeven moment naar marathons ben gaan trainen. Met de kennis en kunde van het bedrijf waar ik werk was ik heel erg gefocust naar die marathons aan het toewerken. Schema’s, voeding, et cetera. Toen besefte ik mij dat ik op de fiets nooit specifiek met een schema of training ben bezig geweest. Niet met mijn gewicht en ik wist ook niet of ik nou in mijn D1, D2 of D3 of in mijn weerstandszone moest gaan fietsen om beter te worden. Ik ging er gewoon in mijn eentje of met vrienden eropuit en we trapten maar wat.

Lessons learned

Het 100 dagen programma gaf Marijn dus een uitgelezen mogelijkheid om onder begeleiding van de professionals van een echte wielerploeg het fietsen eens goed aan te pakken. Dat wierp zijn vruchten af.

Met deze tocht legde ik mijzelf een uitdaging op die ik mijzelf nog nooit had opgelegd. Ik moest daarvoor nog wel een aantal dingen leren. Drie dingen eigenlijk. Het eerste is wat Jelle ‘the black hole of training’ noemde. Veel mensen hebben de neiging om altijd maar diep te gaan tijdens trainingsritjes. Lekker knallen. Eigenlijk train je daarmee helemaal niets, vertelde hij me. Dat was voor mij echt een eyeopener. Ik besefte me ineens: ‘je gaat straks bijna tien uur op de fiets zitten. Natuurlijk moet je met een relatief lage hartslag zoveel mogelijk wattage kunnen trappen.

Het tweede belangrijke was mijn cadans. Ik weet nog bij de inspanningstest dat Jelle tegen me zei:  ‘je moet wel proberen om boven die 80 rpm te blijven, hoor’. Dat doe ik nooit! Ik had het daar ontzetten moeilijk mee. Meestal zat ik ergens laag in de 70. Toen ik mijn duurritjes moest gaan doen tussen de 90 en 100 rpm had ik het gevoel dat mijn benen ontploften. Dan had ik het conditioneel heel gemakkelijk, maar mijn benen hadden het heel zwaar. Die moesten er echt aan wennen. Heel bizar om zo ineens bezig te zijn met trainen.

Ook het eten was nog wel een dingetje. Om daar bewuster mee bezig te zijn. Eerst dacht ik als ik een flinke tocht had gemaakt: ‘goh nu heb ik ook behoorlijk wat verbrand, dus nu mag ik ook stevig eten’. Even de teugels laten vieren. En ik viel maar niet af. Vervolgens werden er tips gegeven en werd inzichtelijk hoeveel je nu eigenlijk echt verbrand. Dan kun je veel beter een extra soepje of yoghurtje eten, maar dat is het dan ook. Vanaf het moment dat ik dat doorhad ben ik zes kilo afgevallen. Dit gewicht had ik voor het laatst toen ik drie marathons in een jaar liep. Daar ben ik echt ontzettend blij mee.

Tijd maken voor trainingen

Alle deelnemers gingen dus met een persoonlijk trainingsschema aan de slag. Naast hun drukke baan en sociale leven moesten ze dus echt de tijd maken om zich aan de trainingen in het schema te houden.

Gelukkig werk ik voor een werkgever die sport omarmt. Ik kon gewoon overdag op de fiets springen of even de gym in gaan. Collega’s gaan ook vaak hardlopen tijdens kantooruren. Dat ik die luxe heb, dat waardeer ik enorm. De uitdaging zit hem veel meer thuis. Met een kleintje. Mijn vriendin sport ook veel en doet vrij fanatiek aan wedstrijdzwemmen. Als zij dan in het weekend ’s morgens haar stukje ging zwemmen dan had ik even tijd om in de woonkamer op de fietstrainer te springen. Ik had dan de hoop om daar anderhalf uur op te kunnen blijven zitten, maar daar dacht de kleine vaak anders over.

Na de Grande Finale

Over een paar dagen breekt de grote dag aan. Na veel trainen en voorbereiden zijn alle deelnemers optimaal klaargestoomd voor de tocht. Na de grande finale breekt echter weer een ‘gewone maandag’ aan. De start van een nieuwe werkweek. Wat houden de deelnemers dan nog over aan het 100 dagen lange programma?

Ik merk dat het fietsen me heel veel energie oplevert. Ik vind het prachtig dat je met een groep fietsers naar een willekeurige plek toe kunt om van die omgeving te genieten en gezellig samen te zijn. Ik hoop over een half jaar ook nog even bewust met eten bezig te zijn als dat ik dat nu doe en ik wil slim blijven trainen.