The Ride: van de Stelvio naar de Cauberg

Voor The Ride verzorg ik een deel van de social media. Dat deed ik in 2016 al tijdens de eerste editie. Thuis op de bank, wachten op verhalen en foto's van de dag, die ik vervolgens kon posten. Toen wist ik het: ik moet daar zelf aan mee doen.

The Ride: van de Stelvio naar de Cauberg

Zodra de inschrijvingen voor 2017 opengingen, heb ik me aangemeld. Vanaf dat moment gebeurde er iets: wijziging in de mindset van enkele toertochten die ik per jaar rijd, naar één megagroot event. Acht dagen lang koersen van Noord Italië dwars door Europa naar Nederland, van de voet van de Stelvio naar de top van de Cauberg.

Hoogtemeters pakken

In januari kon ik eindelijk beginnen met trainen, zo had ik het gepland. Om een beetje grip op voortgang te krijgen, had ik een schemaatje opgesteld: 200 kilometer per week wielrennen en proberen zoveel mogelijk hoogtemeters te maken. Want als ik dat vol zou houden tot juni, zou ik voldoende voorbereid zijn op The Ride. Daarnaast proberen om zoveel mogelijk ritten na elkaar te rijden: de Ronde van Vlaanderen op zaterdag en op zondag Volta Limburg Classic. Klimclassic op donderdag, vrijdag rondje Rursee, zaterdag “The Ride Trainingsrit Valkenburg” en zondag de ClubRide van de AgrXp Riders. Een lang weekend Vogezen: vier dagen achter elkaar fietsen, per dag minimaal 130 kilometer.

En zo ging ik aan de gang met volop onrust: zou ik wel op tijd klaar zijn om acht dagen lang 1300 kilometer te fietsen met 17000 hoogtemeters? Met elke rit die ik fietste nam die onrust toe: haal ik het wel? Ben ik straks voldoende voorbereid? Train ik niet te hard en/of te veel? Dé oplossing voor al deze vragen kwam van het trainingsschema van D1-fietstraining. Dat bracht namelijk rust: ik mocht nu ook dagen niet fietsen. Vanaf dat moment ging het bergopwaarts en zag ik mijn gewicht afnemen en mijn benen groeien.

Stress: wat neem ik mee?

In de laatste week voor The Ride kwamen er ineens andere vragen op, over het campingleven. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik in een tent heb geslapen: heb ik de juiste slaapzak? Zijn de matrasjes wel comfortabel genoeg? Krijg ik alle wielertenues (met bijpassende helm) wel in een koffer? Hoeveel moet ik er mee nemen? Raak ik mijn Garmin en/of telefoon niet kwijt als ik die op een centraal oplaadpunt achterlaat? En mijn fiets: in de tent of naast de tent en dan op slot? Het heeft zich uiteindelijk allemaal opgelost. 

Op de camping tijdens The Ride

Ik heb zes tenues zijn meegenomen, twee bijpassende helmen en een paar schoenen. Een extra self inflating matras bracht me alle slaapcomfort en de slaapzak was meer dan warm genoeg. Ik ben een dag mijn Garmin kwijt geweest. Dat kwam doordat ik die in een andere tas had gedaan dan ik dacht. En mijn fiets? Gewoon naast de tent, tussen de 259 andere fietsen.

Etappe 1: de Koninginnenrit 

10 Juni. Start aan de voet van de Stelvio. Wat een prachtige klim! Veel bochten, indrukwekkende uitzichten en een gevoel van eindeloosheid. Eenmaal boven volgde een prachtige en supersnelle afdaling naar Bormio, om vervolgens te beginnen aan de Passo del Foscagno. Deze niet te onderschatten beklimming (22 km en 1.000 hm) deed me realiseren dat, met alles wat nog ging komen, het echte werken was begonnen. Tijdens de briefing was er al voor gewaarschuwd: denk niet bij de Stelvio dat je het moeilijkste hebt gehad, er volgt nog veel meer… Maar ook hier: wat een landschap en wat een schitterende beklimming.

"Denk niet bij de Stelvio dat je het moeilijkste hebt gehad, er volgt nog veel meer…"

Etappe 2: superlange klim

Om de etappe te beginnen met een 20 kilometer nogal technische (veel haarspelbochten) afdaling is een waar kadootje. En met maar twee serieuze beklimmingen, zou het toch goed moeten komen, dacht ik. 

De Passo dello Spluga is een beklimming zonder einde. Ik had nog nooit meer dan 30 kilometer achtereen geklommen. Op een gegeven moment was ik het ook zat: niet het stijgingspercentage brak me op, maar de lengte. Het ging maar door. Gevolgd door een prachtige afdaling naar de voet van de Glaspass. Wel of niet doen? Dat gonsde de hele dag door ieders hoofd. Het was deze dag meer dan 30 graden, volop zon, geen bebossing om even uit de zon te fietsen, nauwelijks wind en wetende dat je ruim 14 kilometer gaat klimmen met een gemiddelde van 8%, max 15%.

De Passo dello Spluga: een beklimming zonder einde.

Je kon ervoor kiezen om deze beklimming letterlijk links te laten liggen en rechtstreeks naar de camping te gaan of de uitdaging toch aan te gaan. Om je een indruk te geven: 94 van de 217 mannen zijn er niet aan begonnen of zijn halverwege afgehaakt. 123 Mannen hebben deze klim volbracht en ik heb de 108ste tijd neergezet, met héél veel pijn en moeite. Bij de dames koos de helft om of niet aan de beklimming te beginnen, of zijn halverwege omgedraaid. 

Etappe 3: loodzwaar

Deze dag stond in het teken van kilometers maken: 195 kilometer met zo’n 2.450 hoogtemeters, in de volle zon. Deze laatste dag in het echte hooggebergte was genieten: zoveel mooie uitzichten van de bergen en meren. De challenge - per dag was een stuk van de route gemarkeerd voor klassement rijden - van vandaag pakte wat anders uit dan verwacht: klaarstaan voor je fietsmaatje als je ziet dat je nodig bent. Op dat moment is het goed om jouw doelstellingen aan te passen aan die van de ander.

Etappe 4: drielandentour

Een tocht van Zwitserland, via Duitsland naar Frankrijk. Deze dag had ik echt hartstikke goede benen. Het ritme van het leven op een camping heb ik te pakken, mijn draai gevonden in de routine voorafgaande de rit, voelde me goed: kortom uitstekende omstandigheden voor een mooie fietstocht.

De beklimming van de Lipple was nog wel een dingetje: 8 kilometer met een gemiddelde van bijna 6%. En wederom in de volle zon. Wat een mazzel dat er bij de top/verzorgingsplaats een waterbron was waar je even je gezicht kon wassen en afkoelen. Ik maak nooit foto’s van uitgehakte boomstammen waar water in stroomt, maar vandaag wel. Een welkome verassing, koud stromend bronwater.

Etappe 5: in de wedstrijd groeien

Ruim een maand geleden was ik hier nog geweest, en waren de beklimmingen “oude bekenden” van me. Het was goed om te merken dat de afgelopen dagen nauwelijks invloed hebben gehad op mijn prestaties voor deze tocht: twee PR’s gereden. Ik merkte trouwens dat het klimmen, voor mijn doen, steeds beter ging. Je groeit kennelijk in “de wedstrijd”.

The Ride: van de Stelvio naar de Cauberg

Etappe 6: je van A naar B sleuren

Windkracht 4 van voren en als er geen wind was, moest je klimmen. Nergens kon je in de open vlaktes van Noord-Frankrijk schuilen tegen de wind. Ik had ook steeds het gevoel dat we van niets naar nergens fietsten. De vele uitgestorven dorpjes bevestigden eigenlijk alleen maar dat gevoel. Een bijna nutteloze rit, behalve dat je anders niet naar huis kunt gaan. Natuurlijk horen dit soort ritten erbij, maar de mooiste van The Ride is deze etappe niet geworden.

"Ik had ook steeds het gevoel dat we van niets naar nergens fietsten."

Etappe 7: goede benen

Dit was een beetje een pechdag voor mij. Halverwege, vlakbij de verzorgingspost, ben ik gevallen. In de bocht verloor mijn voorwiel de grip door het grind wat er lag. Hier hield ik een paar behoorlijke schaafwonden, blauwe plekken en een gebroken ego aan over. Op de verzorgingspost hadden ze al gehoord dat ik was gevallen en er aan kwam. Direct werd ik door de EHBO-er verzorgd en werd mijn fiets door de aanwezige mechanieker nagekeken op schade en weer rijklaar gemaakt (achterpad was wat verbogen). Met een hoger gemiddelde dan voor de val, hebben we de tocht voortgezet. Moet de adrenaline geweest zijn. Dat het landschap steeds bekender terrein werd, draagt daar ook aan bij.

Etappe 8: the final

De camping af en direct een beklimming van ruim 14 kilometer met een gemiddelde van 3% is lekker starten. Rustig aan beginnen, warmdraaien en dan langzaam het tempo opbouwen. En ook nu werd het terrein steeds bekender en het gevoel van willen finishen steeds sterker: de laatste etappe van The Ride. Als extraatje kregen we onderweg de Côte de Cornesse nog voor onze kiezen: 1,5km, 8,9% gemiddeld met een maximum van 13,5%.

Het was ongelofelijk druk bij de finish! Voor elke renner stond een groep familieleden en vrienden klaar. Zij zorgden voor feestelijk en warm onthaal, een ware ontlading van alle inspanningen van afgelopen dagen.

The Ride, wat een avontuur! Acht dagen lang kunnen koersen door de prachtigste streken dwars door Europa. Acht dagen lang optrekken met fietsmaatjes en acht dagen lang dat doen wat je het liefste doet: wielrennen!