• Routes + Reizen
  • Gewijzigd op 3 februari 2023

Mountainbiken in Catalonië: machtig mooi

Ruige bergpieken, diepe dalen, lange klimmen: mountainbiken in Catalonië is machtig mooi. Maar er is veel meer. Denk aan eeuwenoud erfgoed, heerlijke streekgerechten en een overdaad aan natuurschatten. Een biketrip langs een handvol hoogtepunten.
Mountainbiken in Catalonië: machtig mooi
Mountainbiken in Catalonië: machtig mooi
De zon staat als een lavalamp aan de Spaanse hemel. Een bonkig karrenspoor met grind trekt een stoffige streep door het golvende landschap. In de verte zie ik een kerktoren zijn Romaanse kop boven de roestbruine heuvels uitsteken. Ik schakel een tandje terug en beklim de zoveelste steile steenhelling met mijn mountainbike. Hier fietsen is een feest.

Niet omdat de Catalaanse trail – ik bevind me in Lleida, een provincie in het noordwesten van Catalonië – per se het uiterste van mijn mountainbike skills vergt, maar wel omdat ik op zo’n tweeënhalf uur vliegen van Nederland in een compleet andere wereld ben aanbeland. Een wereld vol stokoude amandel- en olijfbomen, verstilde dorpen, historisch erfgoed, glooiende laagvlaktes en ruige bergpieken. De komende dagen verken ik de MTB-mogelijkheden van deze streek. Vamos!

Terrassenlandschap

Het is eind september en ik volg een gortdroge gravelweg in Urgell, een comarca (regio) in het zuiden van Lleida. Omdat ik gisteravond laat aankwam, gebruik ik vandaag om aan de temperatuur (dertig graden) te wennen en de beentjes los te trappen.

"Onderweg knijpen we in de remmen om kerken, kloosters en kastelen te bewonderen"

Het terrassenlandschap waar ik met mijn gids Miquel doorheen hobbel is hiervoor ideaal; de bulten die we bedwingen zijn niet hoog en het golvende pad zou ook prima op een gravelbike kunnen. Onderweg knijpen we in plaatsen als Vallbona de les Monges en Ciutadilla in de remmen om kerken, kloosters en kastelen te bewonderen. Miquel legt uit dat deze streek stampvol eeuwenoude bouwwerken staat.

Opvallende vlaggen

Opvallend zijn de vlaggen met geelrode banen en witte ster die overal hangen. “De estelada is de vlag van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging”, legt Miquel in gebroken Engels uit.

Al pratend over de Catalaanse autonomie (“sinds 1979”), de Catalaanse taal (“één van de vijf officiële talen in Spanje”) en de beste tijd om te biken (“voor- en najaar”) komen we in het gehucht Palouet aan. We trakteren onszelf op een portie pittig gekruide caracoles (slakken) en een lokaal biertje. Niet veel later nemen we hartelijk afscheid en stap ik in de auto om een kleine tweehonderd kilometer naar het noorden te verkassen.

Andere koek dan Amerongen

De tweede dag begint goed. Francisco, mijn nieuwe gids, is nieuwsgierig of ik wel een beetje kan biken. Hij neemt me vanuit het Pyreneese bergdorp Esterri d’Aneu mee naar een technische singletrack. “Als je deze trail zonder kleerscheuren beneden komt, dan weet ik meteen wat voor vlees ik in de kuip heb”, grinnikt hij.

Nog voordat ik een gevat antwoord kan geven, duikt de Catalaan het bos in. Ik volg hem spoorslags en krijg een smal pad voor mijn kiezen dat bezaaid is met stenen en boomwortels. Dit is andere koek dan een rondje Amerongen. Toch lukt het me, op één hike-a-bike-sectie na, de hele trail te fietsen. Francisco – klein van stuk, zongebruinde kop, pretoogjes – slaat me gade. “Maak je geen zorgen: de rest van de route is een heel stuk makkelijker.” 



Echt moeilijk wordt het inderdaad nergens. Wel zwaar. In tegenstelling tot Alpenlanden als Frankrijk en Oostenrijk struikel je in de Pyreneeën niet over een netwerk van liften. Dat betekent dat je hier op eigen kracht lang omhoog moet trappen.

Zo buffelen we zeventien kilometer lang omhoog naar Cap de La Socarrada (2.266m). Volgens Francisco biedt een e-MTB uitkomst voor bikers die niet op eigen kracht omhoog kunnen óf willen kunnen trappen. “Veel fietsers denken dat een elektrische mountainbike suf is. Ten onrechte: ook op een e-MTB moet je behoorlijk aan de bak. Als je in de bergen uitsluitend de turbo-stand gebruikt, dan sta je al na een paar uur met een lege accu langs de kant.”

Kale kartelpieken

Behalve een handjevol paddenstoelplukkers en een paar verdwaalde koeien komen we onderweg niemand tegen. Francisco lijkt geen last van de zwaartekracht te hebben. Met het gemak van een vale gier vliegt-ie omhoog. Hoog boven de boomgrens stoppen we bij een verlaten berghut om van het majestueuze uitzicht te genieten. Kale kartelpieken. Diepe dalen. Een pad dat in het niets verdwijnt. We voelen ons de koning te rijk.

Na een paar slokken drinken gaan de remmen los en dalen we in vliegende vaart af richting Espot, een dorp dat zo’n negenhonderd meter lager ligt. We verwennen onszelf in een restaurantje met een uiensoep en gebraden konijn. Heerlijk. 

"Kale kartelpieken. Diepe dalen. Een pad dat in het niets verdwijnt. We voelen ons de koning te rijk"

Een uur later scheren we via een bochtige asfaltweg langs de groene rafelranden van Parc Nacional de Aigüestortes i Estany de Sant Maurici, het enige nationale park in heel Catalonië. We pikken een technische trail op die ons terugbrengt naar Esterri d’Aneu.

Na een verfrissende douche is het tijd om met de auto te vertrekken naar Pont d’Arròs, een bergdorp in het nabijgelegen Val d’Aran. Onderweg vertelt Francesco dat de aan Frankrijk grenzende comarca een autonome regio is met eigen vlag (donkerrood met geel Occitaans kruis), eigen bouwstijl (huizen met spitse daken) én eigen taal (Aranees).

Onvermoeibare spraakwaterval

We starten de laatste dag met een lange asfaltklim. Francesco heeft er duidelijk zin in. Als een fietsende encyclopedie deelt hij zijn kennis over de planten, bomen en kruiden.

Zo doceert de berggeit dat je droge baardmos kunt gebruiken om fikkie te stoken en dat wilde oregano prima op een pizza smaakt. Ook over de beren, roofvogels en bergmarmotten weet-ie veel te vertellen. De Spaanse spraakwaterval klatert alle kanten op. Voor hem als bergbewoner is kennis van lokale flora en fauna zo normaal als een stokbroodje met olijfolie bij de lunch.



Na een uurtje gestaag trappen maakt asfalt plaats voor gravel. “De route gaat rechtdoor, maar ik wil je iets laten zien: Saut deth Pish. Niet veel later sta ik oog in oog met een waterval die als een witte sluier de grijze rotswand bedekt. Prachtig. Na een verplichte fotostop gaat het verder omhoog. Kilometerslang hobbelen we langs een steile bergflank. Op de top worden we verwelkomd door koeien met vrolijk klinkende bellen. Francisco trekt een windjasje aan en stort zichzelf als een lawine de diepte in. Ik volg zijn voorbeeld en brul het uit van plezier. 

"We stuiven afwisselend over stoffige kiezelwegen, groene skipistes en steile bospaden"

Beneden besluiten we om naar het Baquira-skigebied te fietsen. We stuiven afwisselend over stoffige kiezelwegen, groene skipistes en steile bospaden. Vaak makkelijk, maar soms ook lastig voor een boomlange laaglander die niet vaak in de bergen fietst. Mijn gids lijkt onvermoeibaar. In Refugi Montgarri komen we op krachten met een geweldige streeklunch. Met een licor de endrinas (pruimenlikeur) proosten we op een geslaagde biketrip.

Reisinfo

Hoogtepunten


+ eindeloze bergpaden
+ snelle afdalingen
+ gevarieerde natuur
+ prachtige kerken en kapellen
+ lekker eten

Minpunten

- soms lange (asfalt)klimmen
- relatief weinig singletracks









Ard Krikke
Door Ard Krikke

Verslingerd aan mountainbiken en wielrennen. Is gek op singletracks, maar vindt het ook heerlijk om over kaarsrechte polderwegen te racen. Staat daarnaast regelmatig op zijn windsurfplank en hoopt iedere winter – tegen beter weten in – op de Elfstedentocht.

Dit vind je misschien ook interessant