• Overig
  • Gewijzigd op 28 januari 2026

Interview met Ceylin del Carmen Alvarado, kampioen veldrijden én liefhebber van mooie fietsroutes

Ceylin del Carmen Alvarado kwam als kind uit de Dominicaanse Republiek naar Rotterdam. In de polder leerde ze sturen; in de modder werd ze wereldkampioen veldrijden. Wij gingen een rondje met haar fietsen in het heuvelende Land van Herve.
Interview met Ceylin del Carmen Alvarado, kampioen veldrijden én liefhebber van mooie fietsroutes
Interview met Ceylin del Carmen Alvarado, kampioen veldrijden én liefhebber van mooie fietsroutes
Na dagen regen is het eindelijk zo’n herfstdag waar je naar smacht: zon, frisse lucht en een bladerdek dat rechtstreeks uit een schilderij lijkt te komen. Ik parkeer op de oprit bij Ceylin en haar man Roy Jans, voormalig prof, in het Belgisch-Limburgse Riemst. Nog voor ik mijn gordel los heb, zwaait de zijdeur al open.

In de bijkeuken pronkt een deel van de fietscollectie. Jaloersmakend spul. Roy wrikt aan de buitenbanden, die koppig weigeren in de hiel te klikken. Ondertussen schuift Ceylin nog een binnenband in de zadeltas. Materiaal: check.



Roy tovert als volleerd barista een cappuccino tevoorschijn; de ‘latte art’ verraadt routine. Alles gaat gemoedelijk, geen stress behalve in mijn achterhoofd. Ceylin miste door een slepende knieblessure de seizoenstart en bouwt nu gecontroleerd op. Vandaag staan vier uur rustige duur met korte sprintprikkels op het menu. Dit moet haalbaar zijn, denk ik, maar door een gebrek aan tijd zijn duurritten dit jaar niet mijn sterke punt.

"Ceylin is naar eigen zeggen geen begenadigd routebouwer, maar ze weet wel precies waar je hier mooi rijdt"

Voor vertrek laden we de route in. Ceylin is naar eigen zeggen geen begenadigd routebouwer, maar ze weet wel precies waar je hier mooi rijdt. Dat de route door het Land van Herve moet lopen, waren we het snel over eens. Rustige wegen, goed asfalt en vergezichten om door een ringetje te halen. Schoenen aan, helm vast en als bonusmama nog een stevige knuffel van dochterlief. We kunnen op pad.

De bakermat

We rollen Riemst uit, over zacht golvende binnenwegen waar je ongemerkt de taalgrens passeert. In Eben-Emael is de Saint-Pierre een opwarmertje. Ceylin peddelt op souplesse omhoog, alsof het vanzelf gaat. Ik vraag hoe de fietsmicrobe ooit is binnengeslopen.

“Er is eigenlijk niet zo heel veel over te vertellen,” zegt ze bijna verontschuldigend. Maar zodra ze begint, blijkt er toch een verhaal achter te zitten. Het startte bij de atletiek, waar ze samen met haar broer Salvador het voorbeeld van hun ouders volgde. Lang duurde dat niet. Ze stopten en via hun vader rolden ze de fietssport in. Ceylin lacht: “Eigenlijk heb ik hém nooit echt zien fietsen.”

Ze sloten zich aan bij RWC Ahoy. De bakermat van de latere carrière lag op een afgesloten parcours onder de kerosinedampen van Rotterdam Airport. Iedere dinsdag- en donderdagavond waren ze er te vinden: rondjes rijden, intervallen, oefenen met hulp van verschillende trainers. “Het parcours stelde niet veel voor”,  zegt ze, “maar we hadden er altijd plezier. Vriendjes, vriendinnetjes… je ging er graag naartoe.”

De focus lag niet alleen op fietsen; spel was er net zo belangrijk. “Later, in de winter, deed ik mijn eerste crosservaring op.” Op mijn vraag op welke leeftijd, antwoordt ze droogjes “Negen jaar. Ik ga al lang mee, hè.”

Tikkertje op de fiets 

Ondertussen beuken we op het jaagpad langs het Albertkanaal tegen de wind. Terwijl ik klaag, maalt Ceylin gestaag door. Tegenwind deert haar niet; die kent ze van vroeger in de polder.

Van het afgesloten parcours maakte ze als puber de stap naar de openbare weg. In het donker met een groep jongens en meisjes in het spoor van de trainer. Met de lampjes aan reden ze hun rondjes op een circuit van drie kilometer. Het begon al meer op trainen te lijken. Maar Ceylin herinnert zich vooral het plezier.

“Eigenlijk was het ook gewoon spelen”, zegt ze. “Je was met een vriendengroep en iedereen zat te praten en te ouwehoeren. Tussen de trainingen door was er tijd voor spelletjes; we deden onderweg vaak tikkertje op de fiets.” Het was zeker niet van moeten, gewoon plezier op de fiets. 

Jongens inmaken

We vinden beschutting tegen de wind in Visé, waar ook conti-renner Nils Sinschek zijn wagonnetje aanhaakt. Bij het buitenrijden van het stadje piept de Wahoo van Ceylin de seconden weg; elk moment lijkt het startschot te komen. Ceylin schiet als een pijl uit een boog voorbij. Vijf seconden, meer niet. Het kost ons even om het gat te dichten. Aan vinnigheid geen gebrek — precies het soort inspanning dat je in de cross voortdurend moet leveren. Bovenop strekt het Land van Herve zich uitnodigend voor ons uit. 

In Dalhem stijgt het asfalt steeds steiler. Hier ligt misschien wel de mooiste weg in de wijde omtrek: een heuse rollercoaster die de glooiingen van het landschap tot in perfectie volgt, met een pittige kuitenbijter als kers op de taart. Als je denkt dat je er dan bent, kom je bedrogen uit. De weg blijft maar oplopen, typisch voor het Land van Herve. Vanaf de Maas overbrug je in dit deel van de route een hoogteverschil van maar liefst 250 meter.

"De weg blijft maar oplopen, typisch voor het Land van Herve"

Stoïcijns maalt ze op eigen tempo omhoog. Het liefst rijdt ze solo. Dat we mee mogen voelt als een privilege. Ze vindt het heerlijk om in gedachten te zijn, met een muziekje of podcast in de oren. Trainingsschema’s zijn tegenwoordig zo op de individuele atleet toegespitst dat samen rijden al snel ten koste van de kwaliteit van de training gaat. 

Solo heb je het zelf in de hand. Die focus en beroepsernst typeert haar. In de jeugd viel haar trainingsarbeid al op en dat liep naadloos over in de wedstrijden. Haar ouders reden haar kriskras door het land. “Jongens inmaken vond ik misschien wel het leukste”, zegt ze met een schaterlach. In dat kleine meisje zat al een killersmentaliteit. 

Kruispunt

In de afdaling naar Charneux gaat het piepje weer af; ongelukkig getimed, als je het mij vraagt. Ceylin haalt haar schouders op en is weg. Het moet gezegd: dit asfalt is zo strak dat je bijna vergeet dat je in België rijdt. Geen gatenkaas, maar heus biljartlaken. We spelen met de hoogtelijnen, van vallei naar vallei én constant op en af. Aan variatie en uitdaging geen gebrek. 

Op 351 meter hoogte bereiken we in Henri-Chapelle het dak van de rit. We staan letterlijk op een kruispunt, zoals zij dat in haar juniorentijd figuurlijk ook stond. We slaan straks linksaf, maar eerst pakken we nog een extra lus met een venijnige klim. Geen shortcuts vandaag; zo dacht ze er toen ook over. Alleen werd het ineens zwaar: blessures stapelden zich op en daarbovenop kwam de ziekte van Pfeiffer. Ze stond een jaar aan de kant; zelfs naar school fietsen lukte niet. Anderen zetten stappen, zij zat thuis. 



De twijfel sloeg toe maar stoppen was ondenkbaar. “Ik heb nooit gedacht: ik vind sporten niet meer leuk. Vooral de cross: heerlijk dat baggeren en de techniek die daarvoor nodig is. Wegwielrennen vond ik ook leuk, maar crossen nog leuker.”

Ze stelde zichzelf een ultimatum. “Ik ga het gewoon een jaar proberen. Ik had een vervelende periode achter de rug met blessures en Pfeiffer, dus het zat allemaal niet mee. Is het niks, dan ga ik verder studeren en dan houdt het sporten voor mij op, want op een gegeven moment zijn al die blessures en tegenslagen gewoon niet leuk meer. En lukt het wel, dan blijf ik lekker sporten en zie ik wel hoe ver ik kom. Want ik koesterde wel de droom om prof te worden.” De rest is geschiedenis.

Koffie kan wachten

Op de Kinkenweg voel ik de eerste tekenen van vermoeidheid. De drietraps kuitenbijter hakt erin, maar ik geniet van elke meter van deze typische holle weg.

Bovenop rijden we in dalende lijn over plateau. Nils slingert de brommer aan en wij kruipen in zijn wiel, met om ons heen weer dat mooie panoramische uitzicht. Dit verveelt nooit. 

Nils zit net in zijn ‘off season’ en stelt na al dat kopwerk een welverdiende koffiestop voor. Alleen wist ik al dat Ceylin daar niet van is, dus die vlieger gaat niet op. Veel profs hebben er een broertje dood aan. De vrees voor slechte benen na de stop weerhoudt ook Ceylin ervan.

"Veel profs hebben een broertje dood aan eeem koffiestop onderweg"

Wij gewone stervelingen nemen slechte benen voor lief, maar voor een beroepsrenner ligt het anders. Ze werken een strak programma af en je zware intervals met slechte benen zijn een drama. In dit datagedreven tijdperk ontgaat de ploeg weinig, dus half werk blijft niet onopgemerkt, los van het feit dat een topsporter er alles aan doet om het beste uit zichzelf te halen.
 

Vleugels slaan uit

Dit topsportersleven is Ceylin al jaren gewoon. Als belofte sloeg ze haar vleugels uit. De vertrouwde Rotterdamse thuishaven maakte plaats voor de zuiderburen: eerst voor crosswedstrijden, later om in de gelederen van de gebroeders Roodhooft te rijden, waar ook ene MvdP zijn sporen heeft verdiend. 

Waar ze in Rotterdam op de automatische piloot haar rondjes reed, was dat vlak over de grens in België andere kost. Niet gezegend met richtingsgevoel was ze afhankelijk van ploeggenoten en lokale rijders. “Zonder hen was ik zeker verdwaald”, lacht ze.

We rijden Wallonië uit en de Voerstreek in. Zowaar verras ik haar met een nieuw klimmetje in Remersdaal. Deze streek hoort bij Belgisch Limburg en hier begon een nieuw hoofdstuk in haar leven.

Ze leerde Roy kennen en trok vlak voor corona bij hem in. De stap van de grote stad naar een dorp net over de grens bleek groter dan gedacht: minder voorzieningen, gemakken weg, vrienden ver. Ook stiller. “Ik dacht echt: waar ben ik beland, jongens?” zegt ze. “Dat heb ik nooit hardop gezegd, het was mijn keuze. Niet te veel zeuren; het is wat het is. Ooit wen ik wel.” En dat lukte. “Ik kwam in een warme familie terecht. Met Roy voelde ik me hier nooit alleen. En het fietsen hielp: niet binnen zitten, maar vertrekken, de streek in, ontdekken. Dat trok me erdoorheen.” De eerste periode was het zoeken, maar ondertussen voelt Riemst als thuis.

Rustig aarden

Langs de wijngaard op de helling van Crindael klimmen we Zuid-Limburg in. Het resterende hoogteprofiel is beduidend vriendelijker. Voor mijn vollopende benen is dat een zegen. Op het plateau lonkt in de verte Maastricht al.

Over deze wegen trok Ceylin er met Roy op uit. Ze woonden net samen toen corona het openbare leven platlegde. Geen wedstrijden, geen trainingsschema’s. De fiets gaf haar lucht: een manier om rustig te landen en haar nieuwe thuis te verkennen. Soms hing ze in Roys wiel, soms reed ze op de bonnefooi. Met de kaart op haar scherm stuurde ze kriskras door de streek, sloeg onbekende wegen in en stond dan ineens weer op hetzelfde punt. Ze wisselde voortdurend tussen vlak en heuvels, juist omdat die afwisseling het fietsen leuk houdt.

"Er kan hier zoveel: de Maasvallei en de Kempen voor vlak, Haspengouw, Zuid-Limburg en het Land van Herve als het bergop mag"

“Zo heb ik op mijn manier en op mijn tempo de regio leren kennen. Er kan hier zoveel: de Maasvallei en de Kempen voor vlak, Haspengouw, Zuid-Limburg en het Land van Herve als het bergop mag. En binnen fietsbereik liggen ook nog de Ardennen en de Eifel. Daar heb ik het mezelf al eens flink lastig gemaakt. Tijdens een lange duurtraining was mijn Di2-accu precies op het verste punt leeg. Roy heeft met zijn kabeltje de ketting nog op het buitenblad gekregen en zo moesten we helemaal terug. De Col du Rosier lukte nog, maar op de zeer steile Côte de Cornesse moest ik worden geduwd. Tijdens denk je: waarom doe ik dit, en achteraf kan ik erom lachen.”

Die mix van afzien en relativeren typeert haar. Net zo graag trekt ze, als weleer, de polder en de Biesbosch in. Waar ze ook rijdt, voor haar is fietsen vrijheid: de stilte, de ruimte en het even alleen met zichzelf zijn.

Nils heeft intussen afgezwaaid; wij steken de Maas over en rijden gestaag omhoog, de stad uit. De wetenschap dat het tot haar huis vals plat is, helpt de moraal niet. Nog even doorbijten. Na iets meer dan vier uur en 1410 hoogtemeters drukken we af. Een wafel, cake en cola — mijn herstelplan in drie stappen. De prof doet het, zoals verwacht, professioneler. Op het aanrecht wacht een huisgemaakte pokébowl en een herstelshake. Verschil moet er wezen. Tijd om op te frissen, want mijn vrouw en zoontje komen zo op visite.

Familiemens

De topsporter maakt plaats voor de familiemens. Er is een hapje, een drankje en iets lekkers voor de kinderen. In de keuken beweegt Ceylin vanzelfsprekend tussen snijplank en fornuis. Die passie was me niet ontgaan: via Ceylin’s Food Channel verschijnen met regelmaat de mooiste gerechten in mijn feed – kleurrijk, creatief en met oog voor detail.

Koken is haar uitlaatklep naast het strakke schema, een manier om rust te vinden én liefde te tonen aan de mensen om haar heen. Het is haar met de paplepel ingegoten. Eerst meekijken en helpen bij haar moeder, later een vaste avond zelf koken. In het weekend was haar vader aan zet: “Dan maakte hij iets speciaals, daar keken we allemaal naar uit.”

"Koken is haar uitlaatklep naast het strakke trainingsschema"

Nog steeds bedenkt ze vaak al een dag op voorhand wat er op tafel komt. Soms trainingsgericht, soms gewoon omdat ze ergens zin in heeft. “Er zit altijd wel een gedachte achter.” De ideeën wil ze blijven delen: eerst verder bouwen aan Ceylin’s Food Channel en, als mensen het leuk vinden, ooit een eigen kookboek.



Terwijl Ceylin kokkerelt, loop ik naar boven voor een blik op de prijzenkast. De regenboogtrui van het WK in Dübendorf en de Europese trui springen direct in het oog. Tussen de bekers en medailles staat iets dat erboven uitstijgt: een statuut van ereburgerschap van de Dominicaanse Republiek, het land dat ze als kind achter zich liet voor een nieuw leven in Nederland. Juist daarom is die onderscheiding bijzonder.

Etenstijd, we schuiven aan bij een bord dat al klaarstaat. De kookkunsten stellen niet teleur, precies wat ik nodig heb na zo’n rit. De kinderen eten gretig mee en staan even later alweer te popelen om de tuin in te gaan. Van een bodem in hun energiereservoir is geen sprake. Lampjes aan en crossen maar. Op Ceylins pylonnencircuit, bedoeld voor techniektraining, trekken ze ieder hun eigen lijnen. Wij kijken met trots toe. Spelenderwijs sporten – precies zoals het ooit bij haar begon.

De route van Ceylin

Het rondje dat ik samen met Ceylin fietste is 109 kilometer lang en telt 1.400 hoogtemeters. De startplaats is net over de grens bij Maastricht.

PLUS

+ Panoramische uitzichten
+ Gevarieerd terrein
+ Rustige wegen
+ Veelal uitstekend asfalt
+ Speeltuin voor klimgeiten

MIN

- Wind kan spelbreker zijn
- Opeenvolging van hellingen is niet voor iedereen weggelegd. (Tip: sla de extra lus in Henri-Chapelle over)

Download de route

Bio Ceylin del Carmen Alvarado

Geboren: Cabrera (Dominicaanse Republiek), 6 augustus 1998
 
  • 1x Wereldkampioen veldrijden
  • 1x Europees Kampioen veldrijden
  • 1x Nederlands Kampioen veldrijden
  • 2x Nederlands Kampioen MTB
  • 47x winst in crosswedstrijden
 Tekst & beeld: Nas-Raddine Touhami 

Redactie Fietssport
Door Redactie Fietssport

Redactie Fietssport

Dit vind je misschien ook interessant