Vering instellen in 5 stappen

De meeste MTB's zijn uitgerust met een geveerde voorvork, fully's ook met achtervering. Wanneer je de vering goed afstelt heb je meer controle over je bike en ervaar je meer comfort. Wij bespreken in 5 simpele stappen hoe je dat doet.

Vering instellen in 5 stappen

1. Read the manuel

In de handleiding van iedere luchtgeveerde voorvork – en zelfs op de buitenpoten van sommige vorken – staat een tabel met een advies luchtdruk voor verschillende rijdersgewichten. De tabel geeft een goede indicatie en is een mooi startpunt. Van daaruit kun je nuances aanbrengen om je veersysteem te optimaliseren. 

2. Voorvork afstellen

Stel je voorvork zo in dat je staand op de fiets 20-25% sag hebt. Houd je je aan de tabel, dan zal je vork zo’n 20-25% inzakken (sag) als je voorzichtig op je mountainbike gaat zitten. Als je altijd een zware rugzak mee hebt kan je die het beste op doen: het gaat om het effect van het totale gewicht van de rijder en bepakking. 

Waar deze sag goed voor is? De ondergrond bestaat niet alleen uit hobbels, maar ook uit kuilen! Die 20-25% inzakking in rust geeft negatieve veerweg als je door een kuil rijdt: de vork strekt zich uit en duwt je wiel in de kuil. Je wiel houdt dus contact met de grond. Zonder negatieve veerweg zweeft je wiel dan door de bocht. En laat een zwevend wiel nou net geen grip hebben… je glijdt dus weg! Houd in eerste instantie de tabel aan. TIjdens het rijden kun je nuances aanbrengen.

3. Instellen achterdemper

In tegenstelling tot de voorvork heeft de achterdemper vaak niet zo'n handig tabelletje. Afstellen is een kwestie van sag meten en lucht bijpompen of afblazen tot je goed zit. Sag van de achterdemper zittend op je zadel, als je vork al ‘goed’ staat. Dit leidt ertoe dat je achter relatief iets meer sag hebt dan voor. Vrij typisch voor een XC/trail fiets (oké, tot zo’n 130 mm veerweg dus…) is 20-25% sag voor, 25-30% sag achter. De reden voor die relatief zachtere achterdemper is wederom het voorkomen dat je fiets in steile bochten of bij hard remmen gaat duiken. Ook bij de achterdemper geldt dat kleine drukverschillen het ‘gevoel’ van de veerweg sterk beïnvloeden, zonder dat je bij het meten van de sag het o-ringetje op de demper veel verder ziet verplaatsen. Het is dus ook hier de moeite waard om kleine verschillen in druk te proberen tijdens een lange rit.

4. Stel rebound af

De juiste luchtdruk is maar de helft van het verhaal. Met luchtdruk stel je de hardheid van de vork of achterdemper in, maar om comfort en controle te houden moet je ook de snelheid van het uitveren kunnen controlen: rebound – oftewel: uitgaande – demping. 

Gebruik de rode stelknop om de rebound in te stellen.

Boven of onder op je vork (meestal de rechter vorkpoot) en ergens op je achterdemper zit een rode draaiknop voor de rebound demping. In bijna alle gevallen geldt: linksom – als je tegen de draaiknop aan kijkt! – is los, rechtsom is vast. Hoe verder je de draaiknop met de klok mee draait, hoe sterker de demping wordt. En hoe langzamer de vork of achterdemper terug komt naar z’n oorspronkelijke stand. Te snel en je wordt een beetje van je fiets af gebokt, te langzaam het geheel kan na een klap niet snel genoeg uitveren om de volgende put of wortel te verteren.

5. Ga rijden!

Tijdens het rijden stel je de rebound indien nodig fijner af. Als je je demperpomp meeneemt, kan je onderweg ook de luchtdruk iets fijner afstellen. Enjoy!

Meer weten? Lees het complete artikel over vering en reboud hier



Meer tips?

Wil je meer goede tips lezen? Check dan regelmatig onze site, schrijf je in voor de nieuwsbrief en upgrade naar een PLUS-account. Je ontvangt dan 6x per jaar Fietssport Magazine, het grootste fietsblad van Nederland, boordevol tips en inspiratie.

Upgrade naar PLUS

Deel dit artikel

Dit vind je misschien ook interessant