• Routes + Reizen
  • Gewijzigd op 26 juni 2024

Col du Galibier, de mythische koning van de Franse Alpen

De Galibier wordt ook deze Tour weer beklommen. De mythische bergpas ligt op een hoogte van 2.642 meter en bezorgt menig profrenner slapeloze nachten. Zelf het 'Dak van de Tour' beklimmen? Dit kun je verwachten.
Col du Galibier, de mythische koning van de Franse Alpen

De routebouwers van de Tour hebben dit jaar speciale aandacht voor een van de meest mytische cols uit de wielergeschiedenis. De plek waar ook het monument staat voor Henri Desgrange, de eerste directeur van de Tour de France. We hebben het uiteraard over de Col du Galibier.

Feiten

Met 2.642 meter staat de Galibier op de 9e plaats van de hoogste geasfalteerde wegen in Europa. Sinds 1911 is deze beklimming al 60x eerder op opgenomen in de route van de Tour. Eigenlijk 61 keer, maar in 1996 lag er zo veel sneeuw dat de col geschrapt werd.

De Galibier kent drie verschillende kanten:

•    De noordkant vanuit Saint-Michel-de-Maurienne.
•    De zuidoostkant vanuit Briancon.
•    De zuidwestkant vanuit Le Clapier.

Het bijzondere is dat de Galibier enkel bereikbaar is via een andere col. De noordkant via de Col du Télégraphe. De twee beklimmingen vanuit het zuiden lopen via de Col du Lautaret.

Dit jaar staat een dubbele Tourpassage van de Galibier op het programma: 13 juli de noordkant en op 14 juli de zuidoostkant.
Tourhistorie.

Een betere klimmer worden? Gebruik de slimme trainingapp JOIN en je vliegt 'vanzelf' omhoog.

Verhalen over de Galibier zijn er genoeg. In 1954 zou Bahamontes zijn afgestapt om doodleuk een ijsje te eten. Het werkelijke verhaal is dat hij met materiaalpech stond en moest wachten. Zoetemelk stelde in 1980 zijn Tourzege veilig met een krankzinnige afdaling. En in 1998 werd Ullrich in helse omstandigheden de vernieling ingereden door Pantani. Het zijn slechts enkele hoogtepunten uit een rijk historisch archief.

Zuidwestkant

Deze kant zal bij vele wielrenners bekend zijn, omdat deze start vlakbij het populaire plaatsje Bourg d’Oisans. Het is ruim 42 kilometer klimmen met 2.001 hoogtemeters. De eerste 33 kilometer rij je over de doorgaande weg naar de Col du Lautaret. Het kan druk zijn en je passeert enkele donkere tunnels. Een lichtje op je fiets is geen overbodige luxe. Bij het plaatsje La Grave heb je een prachtig uitzicht op de eeuwige sneeuw van La Meije. Moeilijk wordt het nergens, maar vooral de lengte maakt het zwaar.

Vanaf de Lautaret sla je linksaf naar de Galibier. Dit is het mooiste deel en lastigste deel van de rit. Het landschap is desolaat, de weg wordt steiler en rustiger. In de laatste kilometer passeer je het monument van Henri Desgrange. De laatste haarspeldbochten zijn zeer lastig en persen alles uit je benen.

Zuidoostkant

Op papier is dit de makkelijkste kant. Briancon ligt op ruim 1.200 meter en in een klim van 36 kilometer overbrug je dus 1.400 hoogtemeters. Mentaal is het wel een zware opgave. De route is geestdodend. De weg van Briançon naar de Col du Lautaret loopt vooral rechtuit en is vaak niet meer dan vals plat. In Saint-Chaffrey kun je rechtsaf naar de Col du Granon, waar dit jaar de 11e etappe finisht. Rechtdoor kijk je kilometers voor je uit zonder enig richtpunt.

Vanaf de Pont de l’Alpe wordt de omgeving fraaier, maar uitzichtloos blijft het. Uiteindelijk openbaart zich links in de verte de Col du Lautaret. Je moet er alleen nog heen fietsen. Het is nog steeds goed te doen. Bij de Lauaret sla je rechtsaf en de laatste 8 ½ kilometer zijn gelijk aan de zuidwestkant.

Noordkant

Dit is de klassieke kant, een van de meest mythische beklimmingen in de Alpen. Deze zit ook in de bekende Marmotte. Voor mij de meest bekende route, omdat ik al vier keer deelnam aan deze granfondo. Feitelijk is de combinatie Télégraphe/Galibier één lange klim. In Saint-Michel-de-Maurienne begint de weg naar de Col du Télégraphe. De percentages schommelen rond de 7% zonder grote uitschieters. Dit is heerlijk klimmen voor elke getrainde bergfietser. Toch zul je blij zijn als je na 12 kilometer de col hebt bereikt. Vanaf hier gaat het 5 kilometer lang naar beneden. Even de benen stil houden is heerlijk, maar het is te kort om te herstellen.

In het dorpje Valloire start de eigenlijke klim naar de Galibier. Vanaf 1.400 meter moet je in 17 kilometer omhoog naar 2.642 meter. Vanuit het dorp is er een uiterst lastige kilometer, gevolgd door een kilometer of drie waarin het nauwelijks omhoog gaat. Dan trekt het weer aan en je voelt de afstand en de hoogte. Het uitzicht op de gruishellingen aan je rechterkant verzacht de pijn.

"Het is nu afzien als een beest. Minder zuurstof, de lengte van de klim, de elementen maken het leven zuur"

Plan Lachat is niet meer dan een rivieroversteek, nog 8 kilometer te gaan. Aan de andere kant loopt een weg heel steil omhoog. Wie geen goede benen meer heeft denkt wanhopig: Moet ik daar heen? Ja, daar moet je heen. Het trekt aan tot 10, 11, 12 procent. Het is nu afzien als een beest. Minder zuurstof, de lengte van de klim, de elementen maken het leven zuur. Op 4 kilometer is een kaasboerderij, vanaf hier wordt het een beetje dragelijk, maar 2 kilometer onder de top doet alles weer genadeloos pijn. De laatste kilometer, rechtsaf is de Galibiertunnel. Wij fietsers willen naar de col dus slaan linksaf. Het is moordend. Boven de 2.600 meter zit je en enkel het idee dat het er bijna op zit houd je op de been.

Op de col heb je 35 kilometer gefietst, waarvan 30 kilometer klimmen. Daarin overbrug je 2085 hoogtemeters. In Limburg moet je een flinke ronde rijden om evenveel hoogte te overwinnen. Veel klimplezier!

Tekst: Herman Nekkers

Redactie Fietssport
Door Redactie Fietssport

Redactie Fietssport

Dit vind je misschien ook interessant