Welk racestuur past bij jou?

Bij het kiezen van het juiste stuur voor je racefiets komt meer kijken dan je denkt. Ga je voor een geïntegreerde aero cockpit of juist een klassiek rond aluminium stuur? Wat is de juiste stuurbreedte? Een overzicht van waar je zoal op moet letten.

Welk racestuur past bij jou?

Bij de aankoop van een racefiets besteed je vooral aandacht aan de juiste framemaat, maar de maatvoering en ergonomie van het stuur is vaak een ondergeschoven kindje. Zo verlaat je de winkel met een nieuwe racer in de juiste framemaat, maar met een te breed of juist te smal stuur. Dat kan tot schouder- of nekklachten leiden én dat je onnodig veel wind vangt.

Bij de profs

Profwielrenners maken er een sport van om aerodynamische winst uit hun stuur te halen. Jan-Willem van Schip (Roompot-Charles) rijdt bijvoorbeeld met een stuur van 33 cm breed bovenop en 39 cm onderin. Met dat opvallende stuurtje maakt hij zijn frontaal oppervlak zo klein mogelijk voor betere aerodynamica: 'Vet geniaal', vindt hij zelf. 

Maar ook de recreatieve wielrenner haalt dus voordeel uit een goed passend stuur. Wil je je stuur vervangen of ben je op zoek naar een nieuwe fiets? We helpen je op weg.

De breedte

De breedte van het stuur is om te beginnen belangrijk. De stuurmaat is de afstand tussen het midden van de buizen op het breedste punt (hart – hart). Je stuur dient grofweg zo breed te zijn als je schouders. Meet hiervoor de afstand tussen het linker- en rechter schouderdak (acromion), ofwel uiterste schouderbot. Een andere manier is om het stuur vast te houden en iemand te laten kijken naar de houding van je handen ten opzichte van je schouders. Het is de bedoeling dat je handen in een rechte lijn staan ten opzichte van je schouders. Is de afstand tussen je handen groter dan de breedte van je schouders, heb je waarschijnlijk een te breed stuur. Is de afstand kleiner, is je stuur te smal.

Reach en drop

Naast de breedte maken de 'reach' en 'drop' van het stuur een verschil. De reach is de afstand die het stuur uitsteekt ten opzichte van de stuurpen. Deze maat bepaalt hoe ver je moet reiken om met je handen in de beugels te rijden. De drop is de afstand tussen het bovenste en onderste deel van het stuur. Deze maat gaat over hoe diep je zit met de handen in de beugels.

Compact of klassiek: het type stuurbocht

Er zijn drie typen stuurbochten: de traditionele, ronde stuurbocht, de anatomische stuurbocht en de compacte stuurbocht. De typen geven elk een ander rijgevoel en zijn geschikt voor verschillende typen renners. 

1.    De ronde stuurbocht

De klassieke stuurbocht die al jaren wordt gebruikt, heeft een diepe drop en relatief lange reach. Dat zorgt ervoor dat je diep en aerodynamisch zit wanneer je in de beugels rijdt. Als je minder flexibel bent of snel rugklachten hebt, is dit stuur wellicht niet de juiste keuze. 

2.    De anatomische stuurbocht

In tegenstelling tot de ronde bocht, bestaat dit stuur uit twee minder gebogen buizen. Dit geeft een korte reach en een diepe drop.

3.    De compacte drop

Compact aluminium stuur van Bontrager, type VRS.

Dit stuur heeft een korte bocht en dus korte reach en korte drop. Je kunt eenvoudig je handen op de shifters plaatsen en in de beugels rijden. Zo'n stuur is geschikt voor mensen met kleine handen. Ook als je minder flexibel bent is dit stuur geschikt. Je zit echter wel relatief rechtop vanwege de korte reach en drop. Dat is dus minder aerodynamisch.

Aero of rond: de vorm van het stuur

De vormgeving van de bovenkant van het stuur maakt ook een verschil. Het aerodynamische stuur is de trend, vaak met geïntegreerde stuurpen. Veel fietsen hebben echter nog altijd sturen met klassieke ronde buizen. Beide hebben hun voor- en nadelen. We zetten ze op een rij:

1.    Rond stuur

Rond stuur van Giant, de Contact SLR.

Sturen met de klassieke ronde buis hebben een klein contactoppervlak, waardoor je ze makkelijk kunt vastpakken, ook met kleine handen. Omdat er minder materiaal nodig is, zijn ze vaak lichter. Als je veel met de handen op het stuur rijdt en een licht stuur wilt, is zo'n stuur wellicht iets voor jou. 

2.    Sturen met een ergonomische bovenzijde

Ergonomisch gevormd stuur van Giant, de Contact SL D-Fuse.

Deze sturen hebben bovenop een afgevlakte vorm waardoor ze lekker in de hand liggen als je met de handen op het stuur rijdt. Als je graag met de handen op het stuur rijdt of vaak wisselt, kan dit de juiste keuze zijn.

3.    Aero stuur

Aero stuur van Bontrager, de Elite Aero VR-CF.

Een aerodynamisch stuur heeft een platte bovenzijde voor het reduceren van de luchtweerstand. Handig als je een paar watts wilt winnen. Een aerodynamisch stuur ligt echter niet makkelijk in de hand, dus als je vaak met de handen bovenop rijdt, is dit stuur minder geschikt. Je kunt op een aero stuur vaak minder makkelijk een opzetstuur monteren voor het rijden van tijdritten. 

4.    Aero stuur met geïntegreerde stuurpen

De Giant Contact SLR.

Bij deze variant zijn aero stuur en stuurpen een geheel. Dat biedt extra aerodynamisch voordeel en bespaart gewicht. Niet onbelangrijk: het ziet er mooi uit! Houd er wel rekening mee dat je de lengte van de stuurpen bij dit stuur niet kunt aanpassen. Bovendien is dit type stuur vaak duurder. Bij schade moet de gehele combinatie worden vervangen.

Het materiaal: aluminium of carbon?

De materiaalkeuze is tot slot van invloed op de eigenschappen van je racefietsstuur. Ga je voor klassiek aluminium of modern carbon. Hieronder de voor- en nadelen op een rij. 

Carbon is licht en stijf, wat ervoor zorgt dat je extra snelheid uit je stuur haalt. Carbon is echter kwetsbaarder bij impact: na een val wordt vaak aangeraden om het stuur te vervangen. Vanwege de kwetsbaarheid is ook de montage van een opzetstuur lastiger. Carbon sturen zijn relatief prijzig.

Het aluminium stuur doet al jaren dienst. Niet voor niets: aluminium is stevig, relatief licht en voordelig. Wil je een extra licht of aerodynamisch stuur, dan kom je eerder op carbon uit.