Waarschijnlijk ken je de Fietssport-kalender vooral van de vele tochten. Maar wie af en toe zijn krachten wil meten met anderen, kan er ook prima terecht. Van beachraces tot MTB-marathons: er staan genoeg wedstrijdachtige evenementen op de kalender die je uitdagen om nét iets dieper te gaan dan tijdens een gewone rit. De Hondsrug Classic was voor Marina en Ard zo'n uitdaging.
Marina & de Hondsrug Classic
Wie een eerder verhaal van mij op Fietssport.nl heeft gelezen weet dat ik nog niet zo heel lang geleden weer begon met mountainbiken. Mijn MTB had jarenlang vooral stof staan verzamelen in de schuur. Een van de mensen die ervoor zorgde dat ik het plezier in het mountainbiken weer herontdekte, was collega Ard.
Een jaar later sta ik op een zondagochtend in oktober aan de start van de Hondsrug Classic. Mijn eerste echte mountainbikewedstrijd. De NK-estafette voor trailcrews, waarbij ik met twee collega meedeed en nog geen acht kilometer hoefde te fietsen, laat ik voor het gemak even buiten beschouwing. Wedstrijden zijn me verder niet vreemd. Ik reed in het verleden duathlons en wegcyclo’s en deed onlangs ook mee aan twee gravelraces.
Ard heeft een plan
Het idee voor de Hondsrug Classic kwam van Ard. Hij had de tocht in het verleden al vaker gereden en had er warme herinneringen aan. Bij het bekijken van de Fietssport-kalender viel zijn oog er weer op. Of ik mee wilde? Uiteraard had hij toen ook al gezien dat er mooi weer werd voorspeld. Sommige mensen bekijken eerst de route en daarna het weer. Ard doet dat andersom.
“De Hondsrug Classic kun je zowel als wedstrijd als toertocht rijden”
Ik keek op de website en zag dat je de Hondsrug Classic zowel als wedstrijd als toertocht kunt rijden. Je kunt er rijden om jezelf te meten, maar net zo goed omdat je gewoon een mooie dag op de fiets wilt hebben zonder fanatiek gedoe. Voor mij was de keuze snel gemaakt: de wedstrijd.
Ard vond allebei leuk, al kon hij natuurlijk lastig afhaken als ik voor de wedstrijd koos. Daar kwam nog iets bij. Ard zou twee minuten eerder starten dan ik. Dat gaf ons in de dagen voor de wedstrijd genoeg materiaal om elkaar een beetje op te jutten. Wie is er sneller?
Voor Fietssport hadden we eerder al eens gekeken naar het verschil tussen Ard en mij als we allebei zo hard mogelijk een klim oprijden. Op een klim van anderhalve kilometer was ik 35 seconden sneller op de racefiets. Maar de Hondsrug Classic is een compleet ander verhaal. Geen klim waarop mijn gewicht en watt per kilo de hoofdrol speelden. Dit is het terrein van Ard.
Ard is van huis uit een echte mountainbiker. Technisch goed, sterk op het vlakke en iemand die lang op de macht kan blijven rijden. De Hondsrug is ook niet bepaald beroemd om zijn lange klimmen. Mijn vaste fietsmotto “stuk omhoog heel, stuk naar beneden heel” zou hier dus weinig verschil maken. Maar wie zou er als eerste over de finish komen?
Nu al zin in friet
Na een autorit van 1,5 uur komen we ruim op tijd in Gieten aan. We rijden nog een klein stukje van het parcours, eten nog wat en gaan voor de zekerheid nog een keer naar de wc. Zenuwen.
Het terrein bij start en finish oogt gezellig, beetje festivalachtig. Picknicktafels, bankjes, statafels, warme chocolademelk en een foodtruck met friet. Ard en ik kijken elkaar aan. Na de finish eten wij friet.
Dan is het tijd om te starten. We wensen elkaar succes en Ard wordt weggeschoten. Twee minuten later mag ik. Achter de dames staan inmiddels ook de deelnemers aan de toertocht klaar, of zoals de organisatie het noemt:
cyclo recreant.
De klopjacht begint
Dat vind ik leuk aan het evenement. Iedereen kan er op zijn eigen manier meedoen. Je kunt voor een tijd en een uitslag gaan, of gewoon een mooie tocht rijden. Ook tijdens de wedstrijd is de sfeer gemoedelijk. Er wordt rekening met elkaar gehouden en af en toe is er ruimte voor een praatje.
Dan klinkt het startsignaal. Vanaf dat moment begint mijn klok te lopen. Twee minuten. Tijd om Ard te gaan zoeken.
Vanaf het begin heb ik het naar mijn zin. En al snel denk ik niet meer aan tijden, verschillen of klopjachten. Ik ben gewoon lekker aan het mountainbiken. Het parcours is prachtig en afwisselend. Er zitten technische passages in, en alles is goed te rijden. Klimmen doen we nauwelijks. Een echt parcours voor buffels dus. Ard-terrein.
“Het parcours is prachtig en afwisselend. Er zitten technische passages in, en alles is goed te rijden”
Af en toe duikt er mul zand op. In het begin kom ik daar nog relatief fris doorheen. Naarmate de kilometers optellen, lijken diezelfde zandstroken steeds langer en dieper te worden. Even krijg ik de rekening gepresenteerd voor het tempo van de eerste vijftig kilometer. Op een gegeven moment moet ik zelfs van de fiets en ren ik door het mulle zand.
De jus begint langzaam uit de benen te lopen en het tempo kost steeds meer moeite. Op zo’n moment probeer ik mezelf weer op gang te krijgen. Gewoon blijven genieten en focussen op wat ik op dat moment moet doen. Dat werkt.
Na een paar kilometer vind ik mijn benen weer terug. Tijdens wedstrijden leer je jezelf herpakken, uitdagen en motiveren. De kilometers daarna vliegen voorbij. Wat is dit genieten.
Waarom een wedstrijd zo leuk is
Het wedstrijdelement maakt het voor mij extra leuk. Je pusht jezelf net iets verder dan tijdens een normaal trainingsrondje. Waar je anders misschien heel even inhoudt, probeer je nu toch dat wiel voor je te houden. Nog één keer aanzetten. Nog één gaatje dichtrijden. Even bijten. Nog net wat harder door die bocht.
De sfeer onderweg blijft ontspannen. Er wordt rekening met elkaar gehouden. Als er ruimte is, maak je een praatje. Wil iemand passeren, dan geef je elkaar de ruimte. Iedereen rijdt zijn eigen wedstrijd en toch doe je het samen.
“De sfeer onderweg blijft ontspannen. Er wordt rekening met elkaar gehouden”
Ik merk ook weer hoe leuk het is om zoveel gelijkgestemden om je heen te hebben. Allemaal mensen die op zondag graag veel te vroeg opstaan om vervolgens uren door het bos te fietsen. Of zoals een deelnemer zegt met wie ik een tijdje samen fiets: “Buitenspelen voor volwassenen. Je voelt je weer even kind.” Daar voel ik me prima tussen.
Je hoeft echt geen doorgewinterde wedstrijdrijder te zijn om aan de start te staan. Je kunt erheen om te winnen, om jezelf uit te dagen of gewoon om eens te ontdekken wat er gebeurt als je 90 kilometer nét wat harder fietst dan normaal.
Waar is Ard?
De laatste kilometers komen in zicht. Nog een paar technische passages. Nog één keer concentreren. Daarna gaat het in bijna één echt lijn richting finish. Vlak voor de laatste technische passage heb ik een flink stuk in het wiel van een gravelbiker kunnen herstellen. Bij hem is het beste er inmiddels ook wel vanaf. Ik roep nog: “Haak je karretje aan!” Hij zit erdoorheen en moedigt mij aan: “Go, go, go!” Ik probeer alles uit de tank te persen wat er nog in zit.
“De belangrijkste vraag: hoelang staat Ard daar al?”
Over de finish staat Ard met een grote glimlach op me te wachten. Hij is er al. Maar nu komt natuurlijk de belangrijkste vraag: hoelang staat hij daar al? Ard denkt zelf dat het zeker twee minuten moet zijn. Ik vertrouw dat niet helemaal. De uitslag moet uitsluitsel geven.
Ard: 3:43:03
Marina: 3:42:20
Op nettotijd trek ik dus aan het langste eind: 43 seconden. Op bijna vier uur fietsen is dat natuurlijk niets. Hij mag dus zeggen dat hij als eerste binnen was. Ik mag zeggen dat ik de snelste tijd had. Allebei winnaar.
Het grappige is: bij onze eerdere klimtest was ik 35 seconden sneller, op een inspanning van nog geen drie minuten. Nu scheelt het na bijna vier uur mountainbiken 43 seconden. Bijna hetzelfde verschil.
Klodder mayo
Na afloop zitten we met een puntzak friet en een flinke klodder mayonaise op te scheppen. Over het parcours. Het mulle zand. De technische stukken. Waar het pijn deed. En natuurlijk over die 43 seconden.
Ard heeft zelf ook nog een goede verklaring paraat. Hij is onderweg gevallen en volgens hem heeft hem hij daar de tijd laten liggen die hij nodig had om mij ook op nettotijd voor te blijven. Dat verhaal zal ik hem voorlopig gewoon gunnen.
"Na afloop zitten we met een puntzak friet en een flinke klodder mayonaise op te scheppen"
Feit blijft dat hij bij de finish al op me stond te wachten. Daar heeft hij zijn winst sowieso te pakken. En eigenlijk komen we daarmee allebei prima weg uit onze onderlinge wedstrijd. Ik heb de snelste nettotijd, Ard is als eerste over de finish en samen hebben we vooral een fantastische dag op de mountainbike gehad.
Iedereen haalt iets anders uit zo’n dag. Voor de één is dat een snelle tijd, voor de ander 90 kilometer uitrijden, een grens verleggen of gewoon een mooie dag op de fiets.
Ard & de Hondsrug Classic
In een grijs verleden reed ik mountainbikewedstrijden. Van korte rondjes door de Nederlandse bossen tot lange MTB-marathons in het buitenland. De Hondsrug Classic in het Drentse Gieten was altijd één van mijn favorieten.
Het was wat je vroeger een
cyclosportive noemde: geen echte wedstrijd, maar ook zeker geen toertocht. Je kreeg een uitdagend parcours voorgeschoteld, de tijd werd geregistreerd en onderweg werd er stevig doorgetrapt.
Andere woonplaats, nieuwe hobby's en een paar gezondheidsproblemen zorgden ervoor dat ik zo'n twintig jaar geleden mijn laatste wedstrijd reed. Mijn mountainbike kreeg gezelschap van surfplanken, snowboards en diverse andere fietsen.
“Eén ding veranderde echter nooit: de drang om mezelf te bewijzen”
Eén ding veranderde echter nooit: de drang om mezelf te bewijzen. Om af en toe diep te gaan, te kijken wat er nog in de tank zit. Sommige gewoontes slijten blijkbaar niet, ook niet na twintig jaar.
Het wedstrijdvlammetje begon begin dit jaar weer voorzichtig op te laaien. Samen met collega's Marina en Troy deed ik mee aan het NK Estafette voor trailcrews in Leersum. Ik merkte al snel dat ik het tof vond om weer volle bak tegen anderen te racen. Maar ook de gezamenlijke trainingsrondjes, het onderlinge geouwehoer en zelfs de zenuwen voor de start waren stiekem weer leuk om mee te maken.
Competitiebeest is wakker
Dus toen mijn oog een paar weken geleden in de Fietssport-kalender op de Hondsrug Classic viel, was de knoop snel doorgehakt: tijd om het competitiebeest uit zijn winterslaap te wekken.
Zondagochtend 4 oktober is het zover. Samen met Marina sta ik aan de start van de Hondsrug Classic in de bossen van Gieten. We hebben gekozen voor de langste afstand: 90 kilometer. Marina heeft zelf ook een wedstrijdverleden en is zonder twijfel de fanatiekste fietser onder mijn NTFU-collega's. Net als ik vindt ze het leuk om af en toe haar krachten met anderen te meten.
Gezonde spanning
Terwijl ik in het startvak sta, merk ik dat de gezonde wedstrijdspanning er weer is. Het parcours ken ik nog deels van vroeger, al vraag ik me af hoeveel voordeel ik daarvan heb. Ik heb namelijk geen idee hoe hard (of zacht) ik rijd ten opzichte van de rest van het deelnemersveld.
“Terwijl ik in het startvak sta, merk ik dat de gezonde wedstrijdspanning er weer is”
Ik fiets wel regelmatig, maar ik ben niet van de intervallen, schema's, wattages en andere trainingsfratsen. De vraag die dan ook door mijn hoofd spookt: hoe lang houden de benen het vol als er straks serieus gas wordt gegeven?
Meteen na het startschot weet ik het antwoord: niet heel lang. Het eerste deel van het parcours bestaat uit lange, rechte bospaden. Het tempo schiet al snel richting de veertig kilometer per uur.
Mijn hartslag probeert wanhopig aan te haken. Misschien had ik me toch als
recreant moeten inschrijven in plaats van als
wedstrijdrijder. Gelukkig doemen na een paar kilometer de singletracks op en gaat de snelheid naar beneden.
“Als een soepele slang slingert het peloton door het bos”
Op de slingerende bospaden kan ik tot mijn eigen verbazing prima mee. Als een soepele slang slingert het peloton door het bos. Er zijn maar weinig dingen zo mooi als met andere mountainbikers over een flowy singletrack knallen. Iedereen kiest zijn lijnen, geen onnodig gerem en een tempo dat je dwingt om voortdurend superscherp te blijven. Heerlijk.
Valpartij
Naarmate de wedstrijd vordert, neemt deze scherpte langzaam af. Ik laat hier en daar een gaatje vallen en maak wat meer stuurfoutjes. In de buurt van het festivalterrein gaat het mis. In een scherpe, haakse bocht stuur ik nét iets te enthousiast in en schuift mijn voorwiel weg. Voordat ik goed en wel besef wat er gebeurt, lig ik op de grond. Als een schaatser glijd ik een paar meter over de bosgrond.
“Als een schaatser glijd ik een paar meter over de bosgrond”
Versuft blijf ik een paar seconden liggen. Daarna krabbel ik overeind en check ik de schade. Niets gebroken, wel een paar schaafwonden en wat extra ventilatiegaten in mijn fietsbroek en -shirt.
Heel even flitst de gedachte door mijn hoofd om ermee te stoppen. Dat idee maakt al snel plaats voor een andere conclusie: weer opstappen en doorfietsen. Marina rijdt nog achter me en bovendien hebben we niet voor niets anderhalf uur in de auto gezeten om hier aan de start te staan.
Opstaan en doorgaan
Met een pijnlijk lijf stap ik weer op. Het duurt even voordat ik het ritme terug heb gevonden. Links en rechts word ik ingehaald. Na een minuut of tien is de schrik weggezakt en kom ik weer in de wedstrijdflow. Ik haak aan bij een groepje en begin met hernieuwde energie aan de tweede ronde.
“Het mooie van een wedstrijd is dat je nét iets harder gaat dan normaal”
Als dit tijdens een ritje met vrienden was gebeurd, had ik waarschijnlijk een tandje teruggeschakeld. Dat was nu eigenlijk geen optie. Stom? Ja en nee. Het mooie van een wedstrijd is – vind ik – dat je nét iets harder gaat dan normaal. Dat je nét iets dieper gaat, nét iets meer risico neemt en nét iets meer pijn kunt lijden.
Als ik na 3:43:03 over de streep kom, ben ik een stuk minder kapot dan ik had verwacht. Op dat moment heb ik geen idee op welke plek ik ben geëindigd. Later blijkt dat ik 122e ben geworden van de 170 wedstrijdrijders. Een resultaat waar de 30-jarige versie van mezelf waarschijnlijk niet van onder de indruk was geweest. De 56-jarige versie is er meer dan tevreden mee.
Opscheppen bij het koffieapparaat
Veel belangrijker dan een klassering is het plezier dat ik vooraf, tijdens en na de wedstrijd heb. Het trainen, de voorpret, de gezonde spanning in het startvak, samen met gelijkgestemden het maximale uit jezelf halen en de voldoening na afloop.
Marina komt vlak na mij over de finish. Zij vertrok vanuit het damesstartvak en startte daardoor twee minuten later. Blijkt dat ze me onderweg tot op 43 seconden is genaderd. De wedstrijd had dus niet veel langer moeten duren. Ik blij omdat ze me (gelukkig) nét niet heeft ingehaald. Marina blij omdat ze sneller het parcours heeft afgelegd.
Kortom: we kunnen de komende weken allebei weer eindeloos opscheppen bij het koffieapparaat.
Tekst: Marina van Dijk en Ard Krikke
Beeld: Chris Schotanus
Fietssport kalender
Lijkt zo’n mountainbikewedstrijd je ook wat en twijfel je omdat je jezelf niet als ‘echte wedstrijdrijder’ ziet? Gewoon doen. Je bepaalt zelf waar je uitdaging ligt en wat voor jou de winst van de dag is.
Neem gerust een kijkje op de Fietssport-kalender. Daar staan naast gewone toertochten ook aardig wat wedstrijdachtige evenementen op, zoals de Hondsrug Classic, Hammerstone MTB Marathon, Drenthe 200, Strandrace Katwijk Fietst en de Veluwse Wintercompetitie. Kies een mooi MTB-event uit en schrijf je in.
Bekijk de kalender