• Overig
  • Gewijzigd op 5 oktober 2026

Column Jos Mans: Bestelbusje en bewegend stipje

Even los van alles, zonder meldingen of schermpjes. Sommige fietsers laten hun smartphone thuis. Maar wat als je onderweg hulp nodig hebt of je je onveilig voelt? Jos Mans schreef een (fictieve) column die tot nadenken stemt.
Column Jos Mans: Bestelbusje en bewegend stipje
Column Jos Mans: Bestelbusje en bewegend stipje
Zondag, koffie in Mijdrecht, en Peter heeft een stuk gelezen: hardlopers moeten hun smartphone thuislaten. Ze moeten luisteren naar hun ademhaling en de vogels.

‘Ga ik ook doen,’ zegt hij. ‘Sowieso. Overmorgen, hele rit zonder, echt effe weg.’

Hij scheurt een suikerzakje open met zijn tanden. De telefoon van Gerard trilt. Z’n vrouw. Sinds de plaatsing van een stent wil ze bij elke stop een duimpje van hem. Ingrid roert wat in haar koffie.

Ingrid fietst twee keer per week. Op dinsdagochtend solo. Haar zus kan haar via een live tracker volgen, een blauw stipje dat over de kaart kruipt. Haar rondje gaat meestal langs Harmelen, richting Vinkeveen en via het Amsterdam-Rijnkanaal weer terug.

"Vorige week kwam er een zwart bestelbusje naast Ingrid rijden. Raampje open, rechts een sloot en geen uitweg"

Vorige week kwam er een zwart bestelbusje naast haar rijden. Raampje open, rechts een sloot en geen uitweg. Wat de man zei daar wil ze niet meer aan denken. Na tweehonderd meter naast haar te hebben gereden gaf hij vol gas. Bij een afslag verderop stond het busje, motor draaiende, in de berm. Ze stopte, honderd meter ervoor. Op de telefoon van haar zus stond een blauw stipje stil.

Mijn stipje stond een paar jaar geleden ook stil. Middenin de Eifel, onderaan de Widdauer Mauer. Het was meer een onhandige manoeuvre geweest dan een gevaarlijke. Ik landde vol op m’n rechterhand, moest naar mijn andere zij rollen om overeind te komen. Kneuzinkje, dacht ik. Bellen niet nodig. Ik ga niemand ongerust maken om een valpartijtje.

Ingrid belde haar zus. ‘Ik zie je… ja.’ ‘Zwart bestelbusje. Ik lees ‘t kenteken even voor.’ Ze sprak traag. Na het kenteken nog even over de verjaardag van een nichtje. Na een minuut zette de bestuurder de bus in z’n achteruit. Ingrid kneep nog harder in haar stuur. De bus schakelde naar z’n één en reed weg. Ze bleven nog tien minuten aan de lijn. Zus hing pas op toen het stipje weer bewoog.

"Ingrid belde haar zus. ‘Ik zie je… ja.’ ‘Zwart bestelbusje.’ Zus hing pas op toen het stipje weer bewoog"

Opstappen lukte me niet, dus toch maar m’n broertje bellen. Maar ja, probeer maar eens met je linkerhand je rechterachterzakje open te frutselen. Eerst had ik een lekkend gelletje te pakken - alles eronder - toen pas m’n telefoon. Gezichtsherkenning had er geen zin meer in. Mijn gezicht was te verfrommeld van de pijn. Man met hond liep langs.

‘Alles gut?’ ‘Ja, ja.’ Nee! Godverdomme nee! Ik belde m’n broertje. Een uur later zat ik in de auto met een kussen onder mijn arm. Twee dagen later plakte een vrouw in witte jas een foto op een lichtbak: schouderkop gebroken. ‘Slordig lang gewacht, meneer Mans.’

Peter strooit de helft van zijn suiker naast het kopje. Gerard veegt het met zijn pink bij elkaar. Zijn telefoon trilt opnieuw. ‘Moet jij ook eens doen, Ing,’ zegt Peter. ‘Hoor je de vogels weer.’ ‘Ik hoor ze prima.’ Peter knikt tevreden. Ingrid roert in haar kopje. Er zit geen suiker in.


 
Redactie Fietssport
Door Redactie Fietssport

Redactie

Dit vind je misschien ook interessant