• Overig
  • Gewijzigd op 26 oktober 2026

Column Bram Tankink: Beroepsdeformatie

Bram Tankink is oud-profwielrenner. Tegenwoordig organiseert hij toertochten en verkent de mooiste paden op de gravelbike. In zijn column vertelt hij dit keer over hoe hij met zijn fanatieke dochter een Franse col beklimt.
Column Bram Tankink: Beroepsdeformatie
Column Bram Tankink: Beroepsdeformatie
We zitten aan het meer van Paladru en Julie wil elke dag naar de overkant van het meer zwemmen, 600 meter. Dat is haar doel. Als ze heen en weer zwemt dan heeft ze één credit. Na een week heeft ze al vier credits.

Ik vind haar eigen motivatie prachtig. Ik balanceer voor mijn gevoel op een dun koord: van opvoeding met gezonde sportmotivatie (die niet nodig blijkt te zijn) of een dochter die graag beweegt in contact brengen met topsport. Maar ik wil haar absoluut niet over de rand duwen en probeer mijn enthousiasme zelf te remmen en ben mij bewust van mijn beroepsdeformatie.

"Ik wil mijn dochter absoluut niet over de rand duwen"

100 kilometer gravelen met een dochter van twaalf kon niet bij iedereen op evenveel sympathie rekenen. Wellicht heb ik ook een afwijkend referentiekader. Toen ik veertien jaar was, fietste ik samen met mijn broer (zestien) en vriend Joost (vijftien) van ons vakantieadres in de Ardèche naar huis. In twee weken maakten we bijna 1500 kilometer. We waren niet onvoorbereid, maar we wisten totaal niet wat het betekende om twee weken lang elke dag een hele lange tocht te maken. Uiteraard laat ik Julie als ze veertien is niet alleen meer naar huis fietsen, maar een beetje stimulans kan geen kwaad.

Zullen we dit jaar een echte col op fietsen, vraag ik aan Julie. We besluiten de Col de la Machine te doen, waarvan het laatste gedeelte ‘Combe laval’ heet. Eén van de mooiste wegen in Frankrijk. We zijn niet lang onderweg als ik in de verte twee wielrenners zie. “Kijk Julie, die kunnen we hebben.” Beetje motivatie kan geen kwaad. We komen snel dichterbij en al snel zien we dat het ook een vader met meisje is. Ik raak aan de praat met de vader. Hij vertelt dat hij onderaan de berg woont, dat zijn dochter elf is en in de Franse biatlon selectie zit.

De man blijft praten en ondertussen rijden we weg bij zijn dochter. Hij lijkt het geen probleem te vinden. Af en toe kijk ik achterom of ik haar nog zie en even later tuur ik de haarspeldbochten af. Niks meer te zien, tot ik hem vraag of hij niet op zijn dochter moet wachten. “Ah oui”, hij bedankt me voor het praatje en stopt.

"Een beetje motivatie kan geen kwaad"

Julie begrijpt er niks van. “Weet je papa, ze reed bijna een kilometer achter ons.” Julie en ik genieten de rest van de klim van het prachtige uitzicht. In totaal dertien kilometer klimmen en we hoeven nergens te stoppen. Dit lijk al echt op wielrennen, besluit ik. Learning by doing.

Bovenop is een barretje en Julie en ik zitten aan een drankje als we de vader weer zien stoppen om ons nog een goede dag te wensen. “Volgend jaar samen een ronde door de Vercors?”, stelt hij voor. “Waar is je dochter?”, vraag ik. “O, die is al doorgefietst.” Julie en ik kunnen er wel om lachen. Zou hij ook last hebben van beroepsdeformatie, vraag ik me af.

Zo gek ben ik dus ook weer niet. Even later maken Julie en ik de ronde samen af over een extra colletje. Het is een heerlijke laatste dag van de vakantie.
Redactie Fietssport
Door Redactie Fietssport

Redactie

Dit vind je misschien ook interessant