Voor Eugen Uppelschoten is het bouwen en onderhouden van mountainbiketrails een ambacht. Een vak dat draait om techniek, gevoel, natuurkennis en vooral: eindeloos testen en verbeteren. “Een trail is nooit af. Het landschap verandert, de sport verandert en wij bewegen mee.”
Grootste uitdaging
Een goede trail begint bij iets waar mountainbikers wellicht zelden bij stilstaan: water. “Waar het snel mul wordt bij droogte wil je juist water vasthouden en waar water moeilijk wegvloeit, wil je voorkomen dat het voor modderplassen zorgt, waardoor de trail kapotgereden wordt. Die balans is moeilijk.”
Je moet de trail als het ware ‘op één oor leggen
“In de basis organiseer je de afwatering door de trail een beetje schuin te leggen. Wij noemen dat ‘op één oor leggen’. Zo kan water altijd van de ene naar de andere kant wegstromen.”
In bochten worden bijvoorbeeld subtiele waterafvoeren gemaakt. “In de binnenbocht maken we een laag punt, een zogenaamde watervanger. Die moet zo liggen dat je ze nog veilig kunt in- en uitfietsen. Het mag nooit een rare rand of diepe geul worden. Waterafvoer kun je eigenlijk nooit genoeg hebben.”
Bij afdalingen wordt het nog complexer. “Als je het water te lang laat lopen, krijg je één grote stroom naar beneden en dat zorgt voor erosie. Daarom leggen we ‘rolling grade dips’ aan, kleine diagonale ruggetjes die het water eerder van de trail afvoeren.” Het zijn onderdelen van de trail die het verschil maken tussen een trail die maanden goed blijft en een trail die na één regenbui kapotgereden wordt.
Zand, leem en zoeken
Een andere manier om de trails goed te houden is de samenstelling van de grond. Veel routes liggen in gebieden met licht, los zand dat snel mul wordt. Het vinden van de juiste ondergrond is dan ook een belangrijk onderdeel van het werk.
De trailbouwer is als het ware aan het toveren met zand: “Je bent altijd op zoek naar de juiste samenstelling. Licht zand wordt snel mul, maar donkerder zand houdt juist meer vocht vast. We proberen die grondsoorten te mengen om een mooie donkerbruine, stabiele ondergrond te krijgen. Soms wordt leem toegevoegd. Leemhoudend zand is een fantastisch anticorrosie middel. Maar je moet het heel precies doseren. Te weinig en het heeft geen effect, te veel en het wordt bij een regenbui één grote glij-bende. Die kennis komt grotendeels uit ervaring. Het is echt trial and error. Inmiddels weten we ongeveer wat werkt, maar elk gebied is anders.”
Stille trailkillers
Ook bladeren spelen een grotere rol dan veel mountainbikers misschien denken. In het najaar zijn vrijwilligers daarom regelmatig met bladblazers op de trails te vinden. “Als bladeren blijven liggen, verpulveren ze en houden ze vocht vast. Dan verandert de trail in één grote modderpoel. Je rijdt de toplaag kapot en dan ben je verder van huis. Daarom wordt er vaak meerdere keren per seizoen geblazen. Na de eerste najaarsstorm moet je er snel bij zijn. Daarna nog een keer. Soms zelfs drie keer per segment.”
Een ideale kombocht is eigenlijk
een kunstwerk op zich
Trailbouwen is niet alleen onderhoud, maar ook ontwerpen. Dat vraagt om technische kennis. Vooral bij jumps en drops komt veel kijken. “Het moet altijd passen binnen de routeclassificatie. Maar belangrijker is dat het veilig is bij gemiddelde snelheid. Je moet nadenken over hoe snel iemand aankomt, hoe de landing moet zijn en hoe je snelheid eventueel afremt. Ook kombochten zijn een vak apart. Een ideale kombocht is eigenlijk een kunstwerk op zich. Je moet er snelheid in kunnen meenemen en zelfs snelheid uit kunnen halen. Dat is de mooiste vorm van flow.”
Het aanleggen en groot onderhoud gebeurt vooral met de graafmachine. Met de hand wordt vervolgens de trail afgewerkt. “Het wekelijks onderhouden en daarmee ook aantrekkelijker maken, gebeurt met de hand. Een kombocht aanleggen betekent vaak urenlang scheppen. Met een groep vrijwilligers kun je in een ochtend een kombocht bouwen. Maar daarna begint het echte werk: inklinken.”
“De nieuwe trail moet namelijk uitharden. Je stampt laag voor laag aan. Daarna moet het regenen, weer opdrogen, opnieuw inklinken. Soms kun je na enkele dagen rijden, maar soms duurt het drie weken.”
Hopelijk beseffen de mensen door dit verhaal dat we geen routes afsluiten om de fietsers te pesten
Dat zorgt soms voor frustratie bij mountainbikers die door afsluitingen rijden. “Als iemand door een afgesloten stuk rijdt, ontstaat er een spoor. Hopelijk beseffen de mensen door dit verhaal dat we geen routes afsluiten om de fietsers te pesten. We willen het alleen maar nog leuker maken voor de mountainbikers.”
Vrijwilligerswerk op grote schaal
Achter veel routes zit een grote groep vrijwilligers. In het geval van Soest gaat het om zo’n 50 mensen die op jaarbasis één of meerdere keren actief zijn, waarvan er een harde kern van vijf tot tien mensen wekelijks actief zijn. “Gemiddeld ben ik zelf een dag per week bezig. Maar als we bouwen, kan dat oplopen naar meerdere dagen. Voor een specifiek onderdeel van de route, de rode optionele lus op de route met ‘jump’ en ‘droplines’, bestaat een groot deel van de trailcrew uit de jeugd die daar zelf vliegt.”
En dat werk wordt intensief gebruikt. Op basis van Strava-gegevens schat Eugen dat de route Soest zo’n 60.000 keer per jaar gereden worden.“Dat zijn geen unieke rijders, maar het laat wel zien hoeveel mensen er plezier van hebben.”
Wat maakt een trail geslaagd?
De vraag wat een goede trail is, beantwoordt Eugen verrassend eenvoudig. “Als je er met een brede glimlach afkomt.” Toch gaat er achter die glimlach veel schuil. Voor Eugen is de ideale trail technisch uitdagend, natuurlijk en gevarieerd. “Een trail waar je focus nodig hebt. Waar je niet kunt dagdromen, maar echt bezig bent. En waar beginners én gevorderden iets kunnen vinden. Dat je verschillende lijnen kunt rijden, afhankelijk van je niveau. Flow speelt daarin een grote rol. Een goede trail laat de fiets het werk doen. Je hoeft niet constant te remmen of te versnellen. Het loopt vanzelf.”
Eugen geeft aan dat een perfecte trail ‘één is met de natuur’. “Organische vormen, je wil dat het zo natuurlijk mogelijk oogt. Alsof het altijd al zo was. En daarnaast moet je een trail netjes afwerken. De randen egaliseren, toplaag terugbrengen, zorgen dat de natuur zich snel herstelt. Daarnaast moet een trail voor verschillende niveaus goed te rijden zijn. Alle extra features zoals bijvoorbeeld een ‘drop’ of ‘jump’ mogen nooit in die natuurlijk vloeiende lijn liggen. Mensen moeten zich niet kunnen vergissen. Een jump of drop moet zo in de route zijn opgenomen dat mensen bewust die ‘afslag’ moeten nemen.”
Rijker, leuker, uitdagender
Misschien wel het belangrijkste inzicht: een trail is nooit klaar. “Het landschap verandert, het klimaat verandert en de sport verandert. Mountainbikers worden technisch beter, fietsen worden anders. Dus blijf je aanpassen.” Voor de trailbouwer is dat juist de charme van het werk. “Wij kijken elke keer: hoe kunnen we het nog mooier maken? Hoe maken we de route rijker, leuker, uitdagender?”
Die voortdurende ontwikkeling maakt trailbouwen tot een vak. Of, zoals Eugen het zelf samenvat: “Het mooiste is dat je direct resultaat ziet. Je bouwt iets, en even later rijden er mensen met een brede glimlach overheen. Dat is waarvoor we het doen.”