Een ontbijtje van 1.500 calorieën

De duur, het soort terrein en zelfs het weer, beïnvloeden wat een profwielrenner op een dag eet. We spraken met Marcel Hesseling, die bij diverse profploegen voedingsdeskundige was, over het dieet van de renner.

Een ontbijtje van 1.500 calorieën

Hesseling ontkracht om te beginnen meteen maar even getallen die vaak opduiken in de literatuur over voeding. "Je leest vaak dat renners per dag zo'n 6.000-7.000 calorieën verbruiken. Dat klopt niet. Als dat zo was, zouden ze na drie weken koersen zwaarder van de fiets komen dan wanneer ze erop stapten. In een bergetappe kloppen die cijfers wel, maar op een vlakke etappe zit je eerder rond de 4.000 calorieën per dag."

"Je leest vaak dat renners per dag zo'n 6.000-7.000 calorieën verbruiken. Dat klopt niet."

Stapelen

Als het team voor langere tijd naar het buitenland vertrekt, neemt het zijn eigen voedsel mee in een aparte truck. "We kopen eigenlijk niets ter plekke en nemen altijd een kok mee die het voedsel bereidt. Zo houden we de maximale controle." Goed eten is vervolgens vooral een kwestie van timing, zegt Hesseling. "Je bekijkt van tevoren welke dagen zwaar worden en daar pas je het menu op aan. Bij een bergrit moet een renner zo een kilo aan koolhydraten binnen krijgen. Dat doe je uiteraard niet in de vorm van een pak suiker. Bij het ontbijt beginnen ze dan met bijvoorbeeld brood, een halve kilo havermout met banaan er door, of een kom witte rijst, afhankelijk van wat iemand lekker vindt. Dan volgt er vaak een omelet van twee eieren met bijvoorbeeld ham of kaas, met nog een paar broodjes.

"Bij een bergrit moet een renner zo een kilo aan koolhydraten binnen krijgen."

Het is dus stapelen geblazen totdat er ongeveer 1.500 calorieën, inclusief 200 gram koolhydraten in het lijf zitten." Eenmaal op de fiets is het zaak snel voedsel tot je te kunnen nemen, zo'n 80-100 koolhydraten per uur. "Dat is meestal in de vorm van gel, drankjes of repen." Na afloop van de koers krijgen de renners een herstelbidon met eiwitten en koolhydraten. Vervolgens volgt in de bus een warme maaltijd. Die is voor iedereen hetzelfde, behalve voor de vegetariërs in de ploeg. "Meestal wisselen we aardappelen daarbij af met rijst."

Hongerklop

Bij een kortere etappe zijn de hoeveelheden bij het ontbijt minder, maar de samenstelling ongeveer hetzelfde, zegt Hesseling. "De meesten weten wel hoeveel ze ongeveer moeten eten. We hebben hiervoor richtlijnen. Het gebeurt nog maar sporadisch dat een renner een hongerklop heeft. Als het toch fout gaat, komt dat doordat het koersverloop bijvoorbeeld intensiever is dan verwacht. Ook het weer kan een rol spelen."