Rijtechniek: Pump it baby!

Wil je meer controle over je bike op grote glooiende oneffenheden? Of deze glooiingen zelfs gebruiken om meer snelheid te maken? Michel Romen legt uit hoe je dat doet.

Rijtechniek: Pump it baby!

Zwaartepunt

Het is opmerkelijk (en tegelijkertijd juist heel logisch) hoeveel overeenkomsten er zitten tussen bepaalde rijtechnieken op de mountainbike en technieken in de ski- en snowboardsport. Zo volgde ik enkele jaren geleden een Oostenrijkse opleiding tot snowboardleraar en maakte daarbij kennis met de begrippen Hochbelastung, Tiefbelastung en Hoch- en Tiefentlastung. Deze termen hebben betrekking op het belasten en ontlasten van het snowboard door je gewicht omhoog of omlaag te bewegen. Het zijn enkele essentiële bewegingen om op het juiste moment druk op het snowboard te zetten en daarmee bijvoorbeeld bochtengrip te verkrijgen, danwel om het snowboard ‘licht te maken’ om een kantenwissel te maken. Om precies te zijn gaat het bij deze begrippen om het krachtenspel tijdens het omhoog danwel omlaag bewegen van je lichaamsgewicht - of beter gezegd het lichaamszwaartepunt of LZP - ten opzichte van de ondergrond. Op een rijtje...

  • Tiefentlastung ontstaat als je je LZP vanuit een hoge positie omlaag brengt. Aan het begin van deze beweging versnelt je LZP (lees: je bovenlijf) in feite omlaag, waardoor je voeten voor heel even minder druk ondervinden (= ontlasting).
  • Tiefbelastung treedt op aan het eind van de hierboven genoemde beweging. Als je bovenlijf het laagste punt nadert, wordt de verticale beweging afgeremd en oefenen je voeten juist meer druk uit op de ondergrond (=belasting).
  • Hochbelastung ontstaat als je je LZP vanuit een lage positie omhoog brengt. Je zet je daarbij af van de grond en zorgt dus voor een hogere druk van je voeten op de ondergrond.
  • Hochentlastung is ten slotte merkbaar aan het eind van deze opwaartse beweging. Als je bovenlijf zijn hoogste positie nadert, wordt de vertikale beweging afgeremd. Door zijn massatraagheid wil je lijf eigenlijk echter verder omhoog bewegen, waardoor je voeten minder druk ondervinden.

De be- en ontlastingsvormen ontstaan dus aan het begin en eind van een verticale beweging. Vergelijk het met een lift: als deze accelereert om naar een hogere etage te gaan, lijkt het voor heel even alsof je zwaarder wordt. Hetzelfde gebeurt als de lift afremt op de onderste etage. Bij het neerwaarts accelereren, en als je op de bovenste verdieping aankomt, gebeurt het tegenovergestelde: je voelt je voor eventjes heel licht.

Van glijden naar rijden

Maar wat heb je hieraan op de mountainbike? Meer dan je wellicht denkt. Zeker voor een geoefende mountainbiker zijn dit belangrijke bewegingsvormen: ze geven meer controle over de fiets op grotere, glooiende oneffenheden en je kunt deze glooiingen zelfs gebruiken om snelheid te maken. En ook in bochten komt het be- en ontlasten van de fiets van pas – net als bij het snowboarden. Een pumptrack of BMX-baan is de meest voor de hand liggende plek waar je deze bewegingsvormen kunt gebruiken. Maar laten we eerst eens kijken wat er gebeurt als je dat juist niet doet. Als je op een pumptrack over een bult rolt, kun je stug op het zadel blijven zitten. De fiets vertraagt dan als hij tegen de bult omhoog rijdt, en zal weer enigszins versnellen als hij aan de achterkant van de bult omlaag rolt. Dit is de langzaamste – en zeker niet de veiligste – manier om over een bult te komen. Het terrein werkt tegen je. Het gaat al beter als je gaat staan op de pedalen. Je helpt de fiets dan als het ware over de bult: aan de voorkant van de bult laat je het stuur (en de pedalen) naar je toe komen, en aan de achterkant breng je de fiets weer verder van je af. Je bovenlijf blijft dan constant op gelijke hoogte en de fiets zal minder vertragen als hij tegen de bult omhoog rijdt. Zo ga je al wat sneller over de bult, met meer controle. Je “neutraliseert” het terrein.

"De langzaamste en minst veilige manier om over een bult te komen is stug op je zadel blijven zitten."

Door een pompende beweging te maken kun je de bult écht optimaal benutten. En daar komen de 4 belastingsvormen om de hoek kijken:

  1.  Ruim voor de bult breng je je bovenlijf omlaag. Of beter nog: je zorgt dat je constant ‘diep zit’ door diep in je je armen en benen te veren. Dit is in feite al een Tiefbelastung maar deze speelt verder geen rol (tenzij je op een full suspension rijdt, dan comprimeer je met deze beweging de vering).
  2. Vlak voordat je voorwiel tegen de bult omhoog rolt, breng je je bovenlijf krachtig omhoog door je lichaamsgewicht af te zetten van het stuur en de pedalen (een hochbelastung). Aan het eind van deze beweging bereik je een Hochentlastung: je lichaamszwaartepunt bereikt zijn hoogste positie en stopt zijn vertikale beweging. De fiets wordt hierdoor ontlast en rolt bijna gewichtloos tegen de bult omhoog
  3. Meteen daarna kun je een Tiefentlastung creëren: door de fiets gelijk weer naar je toe te trekken, blijft deze nog langer ontlast. Je kunt op deze manier zelfs behoorlijk hoge bulten bedwingen en de wielen toch vederlicht omhoog laten rollen.
  4. Direct na het hoogste punt druk je de fiets krachtig omlaag. Je brengt in feite je bovenlijf weer omhoog en creëert dus een Hochbelastung.

Als je deze techniek en de timing perfect beheerst, kun je een bult (of elke andere glooiende hindernis) gebruiken om snelheid te maken. Je gebruikt het terrein dus in je voordeel. Pump it baby!

En verder?

Dit is slechts één van vele situaties waarbij de vier belastingsvormen een rol spelen. Bij een bunnyhop gebruik je exact dezelfde principes om de fiets van de grond te krijgen. Wil je een bunnyhop doen met een full suspension? Dan kun je Tiefbelastung gebruiken om van tevoren de vering in te drukken en vervolgens bij de sprong uit te veren. Als je over obstakels rijdt gebruik je deze techniek om de wielen te ontlasten. En als je in volle vaart een grote kuil in duikt kun je de banden aan de grond houden door je bovenlijf vlak voor de rand omlaag te brengen (Tiefentlastung) en de fiets vervolgens weer aan de grond te drukken (Hochbelastung). De ware pumpmeister pompt zelfs in bochten.