Gran Fondo op z'n Duits

Om het 'prof voor een dag-gevoel' van Gran Fondo New York te ervaren, hoef je niet helemaal naar Amerika. Elk najaar vindt bij onze oosterburen de GFNY Deutschland plaats: 95 of 165 km koersen met uitdagende beklimmingen over afgesloten wegen.

Gran Fondo op z'n Duits

Mistflarden hangen boven de akkers in het Weserbergland. De hemel kleurt oranje door de opkomende zon. In de verte flikkeren de blauwe zwaailichten van onze politie-escorte. Het suizen van carbonwielen weerklinkt. Het is fris. Ik zit te rillen op mijn fiets van de kou en van de spanning.

Wereldwijd event

Met zo'n 750 andere deelnemers doe ik mee aan de GFNY Deutschland vanuit Hamelen (de stad van de rattenvanger) op 2,5 uur rijden van Enschede. Ik doe de Gran Fondo van 165 km, maar er is ook een Medio Fondo van 95 km. Met 2100 hoogtemeters en beklimmingen tot vijf kilometer is het profiel van de 165 kilometer route vergelijkbaar met Zuid-Limburg rond Camerig. GFNY (Gran Fondo New York) begon in 2011 in Amerika, maar heeft inmiddels zeventien evenementen wereldwijd. De organisatie van deze cyclo-reeks wil renners het 'prof voor een dag-gevoel' bezorgen. Onder andere met een uitgebreid routeboek, afgesloten parcours onder politiebegeleiding en verzorgers die bidons aanreiken. Alle deelnemers dragen een groene koerstrui van het evenement.

Revanche

Ik ga voor top 30 in het klassement. De conditie is nog goed na het rijden van de ultrafondo Tour des Stations in Zwitserland een paar weken geleden (zie Fietssport Magazine 5/2018). Dat was geen succes: halverwege stortte ik fysiek in. Vandaag hoop ik me te revancheren. We beginnen aan de eerste van twee plaatselijke rondes van 70 kilometer. Ik positioneer me voorin het peloton. Het koersadvies van GFNY-oprichter Uli Fluhme: “Blijf bij de eerste tien, twintig renners. Bij elke klim kan het peloton uiteen vallen.”

"Ik klamp aan bij de voorste groep, terwijl mijn hartslag zonder veel moeite boven het omslagpunt kruipt"

Op de eerste klim naar Heyen (2,2km/4%, max 15%) spat het inderdaad uit elkaar. Ik klamp aan bij de voorste groep, terwijl mijn hartslag zonder veel moeite boven het omslagpunt kruipt. Ik heb goede benen! Maar in de afdaling komt alles weer bij elkaar. Dit scenario herhaalt zich tijdens de beklimming van de Roter Fuchs (5,4 km/4%, max 16%) en Lauensteinerberg (5 km/3%, max 14%).

Goede benen

Na 80 km koersen we nog altijd met een groot peloton over de glooiende wegen van het Weserbergland. Maar in de aanloop naar de tweede beklimming van de Roter Fuchs op zo'n 100 km springen twee renners weg, gevolgd door een aantal gelukszoekers die één voor één de oversteek wagen. Ik acht mezelf niet sterk genoeg en laat ze lopen. Maar ik heb goede benen en neem het peloton met nog een paar renners op sleeptouw. Op de klim door het bos bij Grünenplan (1,4 km/5%, max 12%) trekken we de gashendel open. Ik kijk om zie er nog maar zo'n tien renners aanhangen. We zijn los van het peloton! 

Aan kop van de koers

Ik spoor de renners in de groep aan om goed samen te werken om uit de greep van het peloton te blijven: “Als we kop over kop rijden, blijven we vooruit!” Die opzet slaagt. Sterker nog: we pakken de kopgroep terug! Een official filmt me vanuit de witte cabrio van de koersdirectie. Zomaar ineens zit ik aan de kop van de koers. Een probleem: mijn bidons zijn leeg. Ik rekende erop dat de organisatie ook bij de tweede doorkomst drinken zou aangeven, maar de bidons zijn op. Dat stelt me voor de keuze: stoppen bij de laatste drinkpost of 50 km fietsen zonder water? 

"What would Eddy do?"

Op de klim bij Grünenplan (1,4 km/5%, max 12%) passeren we een geel bord met de tekst: 'What would Eddy do?' Ik denk dat Merckx water zou pakken om een ontmoeting met de man met de hamer te voorkomen. Ik besluit te stoppen. Ik draai de dop al fietsend van mijn bidon en eet mijn laatste twee gelletjes op, omdat elk beetje vocht welkom is. Ik rij voor de groep uit en draai af bij de drinkpost. Snel vul ik mijn bidon uit een jerrycan met water. Ik klik in de pedalen en zet de achtervolging in. 

Melkzuur achter de oren

Ik rijd zo hard mogelijk de Lauensteinerberg op om het gat te dichten, fanatiek aangemoedigd door dorpelingen en een groep dames met cheerleader uitrusting. Ik rijd vol in de verzuring, maar heb geen keuze: het is nu aansluiten of nooit. Op het steilste stuk over slecht asfalt bereik ik de staart van de groep. Ik trek door in het bos met het melkzuur tot achter mijn oren. Eenmaal boven zit ik weer vooraan in de groep, maar de voorste mannen zijn gevlogen. 

"Ik ga uit het zadel en pak zijn wiel met een uiterste krachtsinspanning"

Na de afdaling rijden we kop over kop en houden een lange ranke renner in het vizier. Langzaam kruipen we naar zijn wiel. Aan de voet van de laatste klim bij Börry (2,9 kilometer, 4%, max 19%) is het gat nog maar honderd meter. Ik ga uit het zadel en pak zijn wiel met een uiterste krachtsinspanning. Ik kijk om en zie dat nog een renner de oversteek heeft gemaakt.

Meter voor meter

Met z'n drieën stomen we kop over kop naar de meet in Hamelen. In de eindfase doemen voor ons twee renners op: de nummers vier en vijf uit de koers. Elke keer als ze omkijken is het gat kleiner. Meter voor meter kruipen we dichterbij in de straten van Hamelen. Maar dit kat-en-muisspel zullen we niet winnen. Het gat is nog vijftig meter als we sprinten naar de finish. Als pure klimmer leg ik het af tegen mijn groepsgenoten. Het maakt me niet uit: even later zit ik met een finishermedaille, (alcoholvrij) biertje en een achtste plek in het eindklassement bij de Bike Expo. Een ultieme afsluiting van het cycloseizoen.