Barre tocht door de Zwitserse Alpen

Van de arena van haarspeldbochten op de Grimsel- en Furkapas tot de oude Gotthard met zijn kasseien; Centraal-Zwitserland herbergt historische bergpassen die voor adrenaline zorgen. Bram de Vrind ging op verkenning, onder barre omstandigheden.

Barre tocht door de Zwitserse Alpen

Oh, the weather outside is frightful / But the fire is so delightful / And since we've no place to go / Let it snow, let it snow, let it snow. De woorden van het nummer 'Let it Snow' klinken in mijn hoofd als ik moederziel alleen de Sustenpas beklim. De motsneeuw is overgegaan in harde sneeuw. Een witte sluier vormt zich op de flanken van de Sustenhorn. Gidsen Roger en Peter zijn al lang in de bus gestapt. “Je bent de enige die het in zijn hoofd haalt om met dit weer de pas op te fietsen!”, roept een lachende Roger me toe.

"Deze streek ademt nostalgie"

De beklimming van de Sustenpas vormt het sluitstuk van een winters klimweekend begin september in de Centrale Alpen in Zwitserland. Met gidsen Roger en Peter van het Zwitserse fietsmerk Thömus verken ik de ontzagwekkende bergpassen in het gebied dat grofweg tussen Luzern en de Italiaanse grens ligt. Als uitgangspunt nemen we de Gold-Tour route (172 km, 5294 hoogtemeters) van de cyclo Alpenbrevet, die we in twee dagen fietsen. We krijgen respectievelijk de Grimselpas (2165m), Nufenenpas (2478m), oude Gotthardpas (ofwel Via Tremola, 2106m) en Sustenpas (2224m) voor de wielen. De streek ademt nostalgie. De stoomtrein rijdt nog altijd langs de Furkapas en de postkoets vervoert nog trouw passagiers tussen Hospental en Airolo. Dat gaat over de oude Gotthardpas met zijn kinderkopjes, die gelden als het 'langste monument van Zwitserland'.

We verzamelen in Meiringen voor de eerste tocht van krap 100km over de Grimselpas en Nufenenpas. Roger en ik zetten in de miezerregen koers naar de Grimselpas. Peter bestuurt de volgbus. Vanuit Innertkirchen volgen we de vallei. De bergen liggen verscholen in de wolken. Een hangbrug overspant een engte tussen twee rotsen. Boven ons kruipt het treintje van de Gelmerbergbahn, met een hellingsgraad van 106 procent de steilste kabelspoorweg van Europa, omhoog.

Gevecht tegen mezelf

Met 26km tegen 5,9 procent gemiddeld zonder grote uitschieters, is de pasroute van 1894 lang, maar geleidelijk. Het zal op de klim vooral uitdraaien op een gevecht tegen de elementen en tegen mezelf. Mijn temperatuurmeter geeft slechts 7,4 graden weer. Ik heb slechte benen en last van een flinke verkoudheid. We warmen ons in Hotel Alpenrösli aan een kop koffie, maar de echte beloning voor het klimwerk moet dan nog komen. In de afdaling schuiven de wolken als een toneeldoek opzij en krijgen we uitzicht op een arena van haarspeldbochten.

"Een uit de toon springende bastaardbroer"

De roep van een marmot galmt door het dal als we beginnen aan de beklimming van de Nufenenpas (voltooid in 1969), met 2478m de hoogste wegenpas die geheel binnen de landsgrenzen van Zwitserland ligt. In het boek Mountain Higher wordt de pas omschreven als 'uit de toon springende bastaardbroer' van het knappe passengezin Furka, Susten, Grimsel en Gotthard – 'woest en mismaakt'. Al gauw wordt duidelijk waarop de auteur doelt. De pas die over 13,3km klimt met steady percentages rond 8,5 procent, wordt ontsierd door een reeks elektriciteitsmasten, een stuwdam en drie windmolens.

IJle lucht

Ik zet het gevecht met mijn verkoudheid en slechte benen voort. Ik ga meermaals uit het zadel, maar kan tempoversnellingen niet vasthouden. Boven de 2000m laat ook de ijle lucht zich gelden. Tussen de wolken duikt de ijsmassa van de Griesgletscher op. Over een natte betonbaan dalen we af naar het Italiaanstalige Airolo. Daar zien we het meesterwerk tegen de bergwand liggen dat we morgen moeten beslechten: de Gotthard.

Het miezert en een ijzige wind blaast vanaf de Gotthardpas als Peter en ik de volgende morgen beginnen aan de beklimming. Al sinds de Middeleeuwen is de mens bezig met het intomen van dit obstakel op een belangrijke noord-zuid route in de Alpen, met, anno 2017 als voorlopig resultaat, drie tunnels en twee paswegen. Wij kiezen de Via Tremola, die in 1830 werd voltooid als koetsenweg en later uitgebreid. De uitdaging ligt hier niet zozeer in de lengte (12,7km) en stijgingspercentages (gemiddeld 7,3 procent), maar in de ijzige wind, de neerslag en het kasseienbed dat een groot deel van de pas bedekt. De regen gaat langzaam over in sneeuw. Mijn temperatuurmeter geeft nog maar 2,8 graden aan. Net als we denken dat het niet extremer kan, komt een fietser op een één-wieler afgedaald. Het lukt hem door de harde wind nauwelijks op zijn fiets te blijven zitten.

Nu afdalen is gekkenwerk

Bovenop de pas houdt Peter het voor gezien. Ik trek vier jacks over elkaar aan en begin als een Michelinmannetje aan de ijzig koude afdaling. Tijdens de afzink gaat de motsneeuw over in regen met acceptabele temperaturen in de vallei.In het dorp Wassen met zijn fotogenieke heuvelkerkje wacht de Sustenpas (17,4 km, gemiddeld 7,5 procent) als laatste horde. De steile weg loopt eindeloos omhoog langs de valleimuren. Het wekt geen verbazing dat oud-profrenner Maurizio Fondriest hier ooit 108 km/u haalde in de afdaling.

De regen gaat over in sneeuw en de kou in vrieskou. Ik geef het gevecht tegen mezelf op en besluit in rustig tempo van de winterse beklimming te genieten. Via een tunnel bereik ik de top van de pas. Het sneeuwt flink door als Roger een euforische foto van me maakt bij het pasbord.Ik stap in de bus; nu afdalen is gekkenwerk.

Als we naar Meiringen rijden, herhaalt Roger dat ik vandaag toch zeker de enige fietser op de beklimming was. Dat blijkt niet helemaal waar. We stuiten op een twee mountainbikers die met onderkoelingsverschijnselen in een tunnel zijn gaan zitten. Gelukkig is er een taxi onderweg is om ze van de berg te halen.