Waar ligt jouw grens?

Hoe ouder, hoe gekker, zeggen ze wel eens. Hoe fanatiek mag je zijn als oudere jongere? Is het wel verantwoord om dat ene gaatje dicht te rijden, in de eindsprint mee te doen of volle bak de Mont Ventoux op te rijden?

Waar ligt jouw grens?

Eerst maar het goede nieuws: sporters blijven langer gezond, leven langer, zijn minder depressief en hebben minder kans op dementie. De andere kant van de medaille is dat intensieve sporters 2,4 keer zo grote kans op acute hartdood hebben vergeleken met niet-sporters. Risicomomenten zijn tijdens en vlak na de sportinspanning. Hoe komt het dat een aantal van ons in het zadel sterft? De verklaring voor acute hartdood (Acute Cardial Death, ACD) zit simpelweg in het fors belasten van het hart. Hierdoor provoceer je hartproblemen die anders minder snel van zich zouden laten horen. Je dient wel onderscheid te maken in hartproblemen voor sporters jonger dan 35 jaar én sporters ouder dan 35 jaar.

Jonger dan 35 jaar

Acute harddood komt bij deze leeftijdsgroep voor van 0,4 tot 5 op 100.000 sporters. Aangeboren hartritmestoornissen vormen de oorzaak, meestal bij inspanning optredend, soms alleen in diepe slaap. Hoe spoor je dit op?

  • Heb je familieleden die op jonge leeftijd (onder de 35 jaar) plots overleden? Dan is de kans op acute harddood groter.
  • Laat een hartfilmpje (ECG) maken in rust.

Uit onderzoek blijkt dat als je deze sporters zo onderzoekt de helft van de ACD-gevallen kunt voorkomen.

Ouder dan 35 jaar

Bij deze leeftijdsgroep komt acute harddood voor bij 7 tot 13 op 100.000 sporters. De oorzaak moet gezocht worden in een ritmestoornis door een hartinfarct ten gevolge van aderverkalking, vaak tijdens of tot één uur ná de inspanning. Belangrijkste methode om deze kwaal op te sporen is:

  • Luister naar je lichaam tijdens inspanning: ‘wegrakingen’, hartkloppingen, onverklaarbare zweetaanvallen, misselijk en/of maagpijn, pijn op de borst of plotselinge daling van je prestatievermogen. Bij vrouwen komt misselijkheid en vermoeidheid tijdens inspanning vaak voor.
  • Laat een inspanningshartfilmpje (ecg) maken.

Sportkeuring

Mocht de uitslag van het inspannings-ecg niet goed zijn, dan wil dit nog niet zeggen dat er ook daadwerkelijk iets mis is met je hart. Een bezoek aan de cardioloog is een raadzame vervolgstap. Als er hart-en vaatziekten in je familie voorkomen, laat dan vanaf 35 jaar elke twee jaar een inspannings-ecg doen. Heb je geen familieleden met dergelijke klachten dan is het raadzaam vanaf 45 jaar elke twee jaar een inspannings-ecg te doen. Of een sportmedische keuring. Kijk voor een sportarts bij jou in de buurt op Sportzorg.nl