Nove Colli

In Italië is de wielerkalender rijkelijk gevuld met de zogeheten granfondo's. Rik Booltink reed over de negen hellingen van de Nove Colli, de moeder der granfondo's.

Nove Colli

Zondagochtend, 4.46 uur. Telefoongerinkel maakt bruut een einde aan mijn slaap. De opgewekte stem van Giuseppe klinkt luid door de lijn. “Opstaan, er ligt een mooie dag te wachten.” Giuseppe, hoteleigenaar in de finishstraat van de Nove Colli, wekt zijn fietsgasten één voor één. Het zijn er tientallen, voornamelijk Duitsers, Belgen, Oostenrijkers en Zwitsers. Allen hebben ze hetzelfde doel: de Nove Colli tot een goed einde brengen.

Zegen van de pastoor

In de ontbijtzaal tappen we snel wat koolhydraten en dan, hup, de racefiets uit de bewaakte hotelstalling om richting start te gaan. Kuststad Cesenatico is vanochtend als door een tsunami getroffen, met fietsers als het wassende water. Vanuit alle straten, paden en steegjes dringen racefietsers door naar de hoofdweg die naar het achterland leidt. De startvakken worden in het tempo van een vloedgolf gevuld met gesoigneerde sporters. Sommige gezichten verraden spanning.

Zoals het hoort bij een Italiaanse granfondo wordt de partenza voorafgegaan door het Il Canto degli Italiani en een zegen met wijwater van de plaatselijke pastoor. Na een kanonschot stappen de eersten op de fiets. Het zijn de deelnemers met ambitie, mannen die alles opzij hebben gezet om zich hier in de kijker te rijden. Boven het startveld cirkelt een helikopter. De granfondo is grotendeels live op televisie te volgen.

"De Nove Colli is als spaghetti: één lange sliert van racefietsers, één van de oudste in zijn soort"

Ze wordt gulzig gegeten. Meer dan twaalfduizend mensen krijgen de 135 of 205 kilometer van de Nove Colli op hun bordje. Daarmee is de binnen no time uitverkochte granfondo sinds jaar en dag de grootste cyclosportieve tocht van Italië. Wie op een dag als vandaag in Cesenatico niet in het zadel zit, pleegt net zo’n heiligschennis als degene die het waagt zijn spaghetti te snijden.

Negen beklimmingen

Het begin is furieus. In de eerste dertig kilometer duikt de snelheid amper onder de 45 kilometer per uur, hoewel de wind soms wat hinderlijk van opzij blaast. Na een half uur volle bak te hebben gereden, doemt de eerste heuvel op. Het is de klim naar Polenta, een dorp dat tot de Italiaanse verbeelding spreekt. Een vrij smalle straat, huizen – in lichte zandkleuren – dicht op de weg gebouwd, wat hogerop een piazza en een Romeinse basiliek. Na het dorp loopt de klim nog een stuk door.
Wat volgt is een reeks van nóg acht beklimmingen, de meeste langer dan deze eerste. Het zijn de heuvels van Emilia Romagna waaraan de Nove (negen) Colli (heuvels) haar naam ontleent. Wie voor de korte route gaat krijgt vier van deze heuvels op zijn pad. Na ruim 100 kilometer kan eenieder voor zichzelf bepalen of hij het voor gezien houdt en terugrijdt naar de Adriatische kust of dat hij er nog een stuk bij aan plakt.

"Als een slang met een ranke rug kruipt een sliert fietsers tegen de zes kilometer lange Ciola op"

Voor welke route je ook gaat, iedereen krijgt de naar onze smaak mooiste en zwaarste heuvel te verwerken. De Ciola, nummer drie, is de fraaiste. Waarom? Haal je blik hier af van het wiel van je voorganger en kijk om je heen. Als je wat hoger bent is er prachtig zicht over de omgeving en de opeenstapeling van haarspeldbochten die je even daarvoor al hebt verteerd. Als een slang met een ranke rug kruipt een sliert fietsers tegen de zes kilometer lange Ciola op. Magnifiek, zeker in de vroege ochtendzon.

Gevecht tegen de pijn

De zwaarste beklimming van allemaal is ongetwijfeld de Barbotto, nummer vier in de reeks. Een geel bord langs de wegkant wijst op het stijgingspercentage: 18 procent. Daarmee tref je hier het steilste punt van de Nove Colli. Op de Barbotto wordt via tijdsregistratie een apart klassement opgemaakt. Voor velen is het een gevecht. Een gevecht tegen de gigant en vooral een gevecht tegen de pijn in de kuiten.

De ontlading

Terug in Cesenatico is er de ontlading aan de meet. Een hoop uiterlijk vertoon onder de Italianen, als altijd, maar ook onder de buitenlandse deelnemers en hun entourage. Een Amerikaanse dame wacht haar partner op. ‘Forza Joe’ staat geschilderd op een doek met Amerikaanse vlag. Twee Zuid-Afrikanen vallen elkaar in de armen. Eén van hen, Cobus Wessels, heeft zich de Nove Colli cadeau gedaan voor zijn vijftigste verjaardag. “Italië is heilige wielergrond en de Nove Colli is als de moeder der granfondo’s. Dan móet je hier beslist een keer gereden hebben.”