Oud worden op de Mont Ventoux

Een mooie frisse morgen. Met zijn vijven fietsen we naar Bedoin. We zijn een week onderweg met een groep van tien mannen. Begonnen in Macon, afzien op de Puy Marie. We slapen in hotels en rijden dagelijks afstanden tussen de 100 en 175 kilometer.

Oud worden op de Mont Ventoux

De Renner van Tim Krabbe heb ik weer eens gelezen en ben de finishstreep gepasseerd van het rondje Mont Aigual waarin hij werd geklopt door Reilhan. De prachtige gorges van de Lot en de Tarn. Tussen Arles en Nimes door over de Rhône naar Pernes les Fontaines, in de buurt van Avignon. Later zal het verder gaan naar Barcelonette, Briancon, Albertville en Aix-les-Bains. Een dikke 1.800 km. Het gaat niet om de cultuur en de schoonheid van de steden, maar om de bekende cols. Vandaag de Mont Ventoux en later nog de Vars, Allos, Izoard, Lauteret, Galibier en Madeleine. Het zijn er zoveel, dat ik ze beklim en achteraf niet meer weet hoe ze eruit zagen.

Natte pannenkoek

Het is een weerzien met de Ventoux. In 1987 heb ik dezelfde tocht gereden. Geen hotels, maar kamperen en eten in restaurants in de buurt van de camping. Ik was 38 jaar. Mijn dochter vierde haar eerste verjaardag toen ik aan het afzien was. Mijn zoontjes waren drie en vijf. Een jaar eerder had ik een Koga Myata gekocht. De derailleur werd aangestuurd met een hendel op de schuine fietsbuis. De remkabels liepen in sierlijke bogen over het stuur. Mijn voeten zaten in toeclips, ijzeren kooien die dichtgetrokken werden met riempjes. Dat jaar vier lekke banden gehad. Twee tandwielen voor in de standaardmaten 52 en 42. Achter 6 tandwieltjes van 13 naar 28. De zeem van mijn fietsbroek was ingesmeerd met vet, waardoor die aanvoelde als een natte pannenkoek. Het tellertje werkte via een kransje in het voorwiel. Mijn blonde haren wapperden vrij in de wind. Een helm was geen hoofdzaak.

Pensionado

Nu is het druk op de Ventoux. Alles wil naar boven: jong, oud, man, vrouw, dik, dun, snel, langzaam, lopend, fietsend. Verbaas me over de fietsen: racers, mtb’s, gewone stadsfietsen en zelfs een vouwfiets. Veel Belgen. De weg door het bos is smal. Er zoemen weinig vliegen om me heen. Ik ben 66 en pensionado. Naast de drie kinderen is er een koude kant en zijn er drie kleinkinderen. Mijn Principia is een oud beestje. De derailleur reageert via hendeltjes op het stuur. Mijn voeten zitten in clickpedalen. Nog geen lekke banden dit jaar. Drie tandwielen voor: 52, 40 en 30 tandjes. Tien wieltjes achter van 12 naar 26. Ook bij het klimmen draag ik een helm. Mijn fietsbroek zwabbert niet en zit lekker strak om het lijf dat na valpartijen getekend is door breuken van sleutelbeen, heup en pols. Ook de ribben, rug en longen zijn niet ongeschonden gebleven. Gelukkig droeg ik altijd een helm.

"Strava? Ik heb genoeg aan mezelf."

Op het stuur een tellertje met een draadje en een Garmin 810. Alles kan ik erop zien: afstand, snelheid, gemiddelde, stijgingspercentages, hartslag en trapfrequentie. Maar ik wil alleen de route zien. Heb rust nodig in mijn grijze hoofd. Zeker weten dat ik overal bovenkom zonder af te stappen. Proberen te genieten van het uitzicht. De rest heb ik niet nodig. Mijn fietsmaatjes zitten allemaal op Strava. Alle tijden worden nauwkeurig geregistreerd en met elkaar vergeleken. Iedereen wordt gevolgd. Ik heb genoeg aan mezelf, maar ik wil wel graag mijn verouderingsproces volgen. In 1987 had ik 1 uur en 37 minuten nodig om boven te komen op de Ventoux. In 2015 1 uur en 48 minuten. Dus zeg maar in 30 jaar 12 minuten meer. Als dat een rechtlijnig verband is dan betekent dat als ik 96 jaar ben nog net binnen de ouwelullennorm van twee uur zou kunnen blijven. Dream on, dream on. 

Tekst en beeld: Leo Heijne