Grave - Muur van Huy - Grave

Op 14 juli rinkelde de wekker al om 04.00 uur. Een uur later stonden 4 leden van TWC Grave klaar bij ‘Estria', de roemruchte uitvalsbasis voor alle clubtochten. Maar de tocht van 15 juli viel buiten het programma van de club.

Grave - Muur van Huy - Grave

We wilden met de racefiets naar België fietsen, de Muur van Huy beklimmen en dan weer terugrijden. Klinkt simpel. Maar waarom eigenlijk en hoe ver is dat dan? Hoe ontstaat iets als Grave - Muur van Huy - Grave? Of iets dat op Twitter opeens de naam #GraafsePijl krijgt?

Niet de eerste monstertocht

De aanleiding was het gerucht dat twee clubleden al jaren lang af en toe eens een lange afstand zouden fietsten. Geen 150 km, ook geen 200km, maar 300 of meer. Zo ontstond al eerder de tocht Grave - Malmedy - Grave, goed voor meer dan 400 km. Maximaal aantal deelnemers: drie. In 2015 werd het nog erger. Toen reden de mannen brevetten tot 600km met als klap op de vuurpijl de tocht der tochten: Parijs - Brest - Parijs.

Hoewel de meeste fietsers wat schrik hebben van lange afstanden, ontstond door het aanhoudende gerucht toch de nodige interesse bij andere clubleden. ‘Mooie uitdaging zo’n lange rit’, vond de een. ‘Ja, maar dan wel onder de 400, vond de ander’. ‘Prima, maar dan bouwen er wel een extra uitdaging in’, vond een ouwe vos. En zo werd de Muur van Huy het keerpunt voor onze nieuwe tocht.

Randonneurs

En dus begonnen we om 05.00 uur te fietsen. In het vroege ochtendlicht konden de lampjes al na een half uurtje uit, maar ook in ons hoofd moest er een knop om. Vandaag moesten we fietsen als ‘randonneurs’ of lange afstandfietsers. Dat zijn diehards die het hele jaar door brevetten fietsen over de hele wereld. De afstanden variërend van 200 tot +1400 km.

De randonneur is geen groepsdier. Onderweg is hij bijzonder vriendelijk, maar hij wacht zelden als jij moet schijten of een lekke band hebt. Dat klinkt wat naar, maar het is eigenlijk best logisch. Randonneurs moeten het niet hebben van de hoge snelheid, maar van het vermogen steeds maar te blijven fietsen. Bij het rijden van lange afstanden verlies je immers de meeste tijd met wachten voor stoplichten; boodschappen doen; plas- en andere onnodige pauzes, etc. Heb je wel eens geteld hoeveel tijd je op 300 km verliest voor kruisingen en stoplichten? Meer dan 1 uur! Van sociaal rijden krijgen randonneurs dus al helemaal de kriebels. Het vergroot de wachttijd vanwege plaspauzes, lekke banden en ‘pijntjes’ enorm. Hoe gek het ook klinkt: tenzij een groep draait als geoliede machine en plast op commando, ben je alleen beter en sneller af.

Randonneurs moeten het niet hebben van de hoge snelheid, maar van het vermogen steeds maar te blijven fietsen.

Naar de Muur

De tocht voerde ons vanuit Grave via het Limburgse Ysselsteyn, Helenaveen en Beringe naar Haelen, waar we de loop van de Maas oppakten. Niets is mooier dan op een fiets te beleven hoe een koele zomerochtend ontwaakt. Er is nog geen mens op straat en de tijd lijkt stil te staan. Je hoort alleen de vogels, het ruisen van de wind en het draaien van de wielen.

Deze ochtend wierp de koperen, opkomende zon onze schaduwen over tientallen meters op de strak geploegde akkers. In het Belgische Maaseik stopten we voor Limburgse vlaai, koffie, een cola en bij te vullen bidons. Perfect getimed: de terrasjes op de Markt gingen net open.

Daarna vervolgden we de route over de beruchte N78 over Maasmechelen en Lanaken naar… En daar ging het even mis. Onze Mio dwong ons naar de Stay-Okay (jeugdherberg) van Maastricht te rijden. We slalomden door winkelend publiek (dat er mensen zijn die shoppen in Maastricht verkiezen voor een tocht op de racefiets?). We passeerden de Markt, waar onlangs Tom Dumoulin nog werd gehuldigd voor zijn fantastische Giro-zege.

"De Muur is een rotklim, maar bleek na 200km nog goed te doen."

Bij de Stay-Okay pakten we via de Mio het eerste stuk op van het geweldige 400 km brevet (geheimtip) naar Huy. Die route leidt je over de onbekende maar bijzonder mooie hoogvlakte ten noorden van de Maas. Belangrijker nog: via wuivende graanvelden, pittoreske boerendorpjes en wat tegenwind word je bijzonder slim om Riemst, Tongeren en Luik geleid. Huy kondigde zich al vlot aan door de dampende stoom uit de kerncentrale van Tihange en een kwartiertje later doken we bij Hesbaye de Maasvallei en de historische stad in. Ook nu perfect getimed: onze bidons waren zo goed als leeg en dat scheelde weer gewicht voor de Muur. Nog even rechtdoor, linksaf, een korte klim voor de juiste tonus op te spieren, weer rechtsaf en we waren eraan begonnen: de Muur van Huy. Slechts een van ons had hem al een keer gereden. De Muur is een rotklim, maar bleek na 200km nog goed te doen. Eigenlijk zijn het drie Keutebergen achter elkaar, maar dan onregelmatiger en met relatieve herstelstukjes.

Bravo! Leden van TWC Grave beklimmen de Muur van Huy.

De terugweg

Bovenop de Muur hijgden we uit bij een bordje dat elke renner feliciteert. De helft van de tocht zat erop. "Nu is het alleen nog maar bergaf", grapte een van ons. In het restaurantje bij de finish aten we grote borden spaghetti met boter, ham en Parmezaanse kaas. We dronken er cola bij en konden weer de hele wereld aan.

"Nu is het alleen nog maar bergaf"

Na ruim een uur pauze begonnen we aan de terugweg. We kozen voor dezelfde route. Er was een aanmerkelijk kortere weg via Eindhoven, maar in Noord-België kende niemand van ons goed de weg. Bovendien hadden we in Nederland weinig trek in die typische klinkerfietspaden van de Brabantse dorpjes. En dus klommen we weer via het hoogplateau van Maas naar het oosten van Maastricht waar we inkopen deden bij de buurtwinkel: water, cola, Belgische wafels, winegums, etc. We hadden er nu 250km opzitten en dan beginnen de vreetaanvallen. Het (overigens bijzonder aardige) winkelpersoneel geloofde er niets van dat wij uit Grave kwamen en nu nog terugfietsten. De eigenaresse vroeg zich af of wij door de week wel serieus werkten. En een oudere dame wist zeker dat we in Maastricht de trein zouden nemen.

Hierna volgde wederom een wilde rit over de beruchte N78, helemaal naar Ittervoort. Wonderbaarlijk hoe het de Belgische overheid al 35 jaar lukt om deze route, ondanks autodrukte, steeds lelijker, fietsonvriendelijker en soms zelf gevaarlijk te maken. Vanaf Haelen werd het weer rustig. We reden via Limburg weer het Brabantse land in. De avond kondigde zich aan, de auto’s verdwenen en we waren weer alleen met onze tocht. Nu begon de fase van de flow. Natuurlijk waren er pijntjes, maar blijkbaar accepteert het lijf na 250 km eindelijk daadwerkelijk de inspanning. Urenlang fietsten we in een stevig tempo. Af en toe klonk het ‘tandje eraf’. Op een gegeven moment lijkt het niet meer uit te maken: 300, 400, 500 km… De benen blijven maar draaien.

De statistieken

Een van ons nam de tocht op via Strava. Voor wat dat waard is: we reden ruim 400km, verbruikten meer dan 8000kcal en reden bijna 30km/u. 

Bij Estria namen we uitgebreid afscheid. We hadden genoten van een geweldige dag. Met vier man beleefden we een geweldig avontuur. Volgend jaar doen we dat weer. Waarschijnlijk wordt het dan weer Grave-Malmedy-Grave, omdat dat toch een mooiere route is. Of Grave-Luxemburg-Grave; moet ook kunnen. Vragen we meteen nog wat deelnemers via Twitter: #GraafsePijl. De eerste gegadigden staan al klaar.

De Graafse Pijl. 400 km. 14 uur fietsen