De beste trails van Wales

We gaan niet met de trein omhoog, zoals elke toerist doet, maar klimmen vanuit Llanberis met de mountainbike omhoog naar de hoogste top van Wales, Mount Snowdon. Een lousy 5 miles klimmen moet te doen zijn. Toch?

De beste trails van Wales

Alles was uitgedacht. Op de tweede dag van onze trip naar Noord-Wales ’s ochtends vroeg aankomen in Llanberis, mountainbike ophalen en dan rustig beginnen aan de klim. De avond ervoor had ik het verslag van een paar mountainbikers die de hoogste berg van Wales (1085 m) al vaker hadden bedwongen nog een keer doorgenomen. Het begin van de klim is niet al te steil, maar dichter bij de top zijn het de rotsblokken die je belemmeren om op je fiets te blijven. Duwen of je karretje op je rug nemen is de enige manier om helemaal boven te komen. Hoewel niet helemaal fit leek me dat wel een avontuurlijke gedachte en bovendien, de afdaling zou spectaculair zijn.

"Duwen of je karretje op je rug nemen is de enige manier om helemaal boven te komen."

Zou inderdaad, want op het moment dat we de Llanberis Pass over rijden, slaat de twijfel al wat toe. Mist en regen, af en toe overgaand in hagel. Als we bij aankomst te horen krijgen dat het zelfs sneeuwt op 600 meter en er 200 meter hoger al een behoorlijk pak ligt, is de teleurstelling compleet. Nu met de mountainbike omhoog gaan zou rondweg dom zijn, de mooie afdaling van ongeveer een half uur ten spijt. 

Na een tijdje flink de pest in m’n lijf te hebben gaat de knop om. Als alternatief rijden we met de minibus naar de andere kant van Snowdon om op een van de lagere flanken een korte wandeling te maken. Het miezert en terwijl we de scherpe rotsformaties nog eens bewonderen, kruipen twee wielrenners langzaam de Llanberis Pass omhoog en stoppen bij onze bus. Zo te zien malen deze mannen niet om dit weer. Ze wonen hier in de buurt en maken wekelijks hun rondjes door dit gebied. Het is ze aan te zien. Mooie koppen, beetje verweerde gezichten die verraden dat ze vaker in dit weer actief zijn. We rijden verder en volgen aan de andere zijde van de berg voor een deel het pad dat naar de top loopt. Al snel krijgen we een beter beeld van het landschap richting de top van Snowdon. Ruig, nauwelijks bomen en af en toe afgewisseld met een meertje. Op de lagergelegen weides die met kleine muurtjes van elkaar afgescheiden worden lopen, zoals overal in Wales, veel schapen. Als de zon heel even doorbreekt, kunnen we de deels besneeuwde route naar de top van Mount Snowdon bijna helemaal uitstippelen. Aah!! Dit is bijna zelfkastijding en ter plekke besluit ik: ik kom terug!

Duwen of je karretje op je rug nemen is de enige manier om helemaal boven te komen.

Perfect plaatje

De reis begon overigens goed. De eerste nacht verbleven we in ‘The Hand Hotel’ in de afgelegen Ceiriog Valley. Laaghangende balken, een kolenkachel die de bar verwarmt, hoogpolig tapijt en uiteraard geen bereik met je telefoon. Kneuterigheid ten top zou je denken, maar ik vind het prachtig. Zeker wanneer het eten hier ook nog eens uit de kunst blijkt te zijn, is mijn eerste ontmoeting met Noord-Wales een erg aangename. 

De volgende ochtend rijden we via de Horseshoe Pass (mooi voor wielrenners) als eerste naar de Clwydian Range, een beschermd landschap met rollende heuvels en veel overblijfselen uit het ijzeren tijdperk, waaronder zes heuvelforten. Hier liggen elf cross-country routes, variërend in lengte en zwaarte. Dit gebied, afgekort Clwyds, staat dan ook aangemerkt als een van de mountainbike bases van Wales. Daarnaast zijn er ook nog mountainbike centra die vaak nog meer specifieke mountainbike voorzieningen bieden, zoals een bezoekerscentrum en mtb-verhuur. 

Het hoofddoel van deze dag voor mij is echter Betws-y-Coed, een klein buitensportstadje waar in de zomer naast mountainbikers ook veel klimmers en kajakkers neerstrijken. Onze gids Sean laat ons een paar lokale trails zien. Sean is in alles van de oude stempel, in de meest positieve zin van het woord weliswaar. Hij zweert nog steeds bij  z’n oude, ongeveerde mountainbike, heeft een voorliefde voor natuurlijke in plaats van gebouwde mtb-paden en z’n snor zou niet misstaan in de tijd dat de mountainbikesport ontstond. Een pionier in hart en nieren. 

Op onze gehuurde bikes neemt Sean ons mee richting Llyn Elsi, een meer dat voorheen dienst deed als waterreservoir voor Betws-y-Coed. Na een niet al te steile klim opent het bos zich en hebben we voor het eerst uitzicht op de prachtige omgeving. Vlak bij Lake Elsi liggen de leukste paden van vandaag.  Rotsige singletracks die langs het meertje kronkelen. Een perfect plaatje. We laten het meer achter ons en via een paar snelle afdalingen over een grindweg komen we uiteindelijk weer uit op de doorgaande weg richting Betws-y-Coed. In de afdaling ging het bij het aanremmen van een bocht overigens nog bijna fout. Niets ten nadele van de remmen maar die slimmeriken hier monteren de remhandel van je achterrem links op het stuur in plaats van rechts… Na een tijdje vergeet je dit echter, val je terug in je oude routine met het gevaar dat je in de afdaling je voorrem iets harder inknijpt dan je achterrem. Watch your brakes!

"Niets ten nadele van de remmen maar die slimmeriken hier monteren de remhandel van je achterrem links op het stuur in plaats van rechts…"

Naast deze lokale paden zijn hier ook een paar nieuwe routes aangelegd. De Marin trail (vernoemd naar het vermaarde mountainbikemerk) en de Penmancho trail. Dit zijn beide wat technischere routes met meer singletracks, rotsen, enkele rivieroversteken en som zelfs wat north shore elementen.

Uitproberen

De laatste twee nachten verblijven we in ‘The Nant’  in Llithfaen op het schiereiland Llyn. The Nant biedt niet alleen plaats aan toeristen, maar is ook een Welsh Language Study Centre. Een lesje volgen kan zeker geen kwaad aangezien het Welsh volledig onverstaanbaar is. Zelfs de Engelse vertaling op de verkeersborden is nauwelijks uit te spreken door het overmatig gebruik van medeklinkers achter elkaar. De omgeving is echt fantastisch met uitzicht op zee en de Eifl Mountains in je rug. Wil je vanaf hier het eiland verkennen, dan volgt een fikse klim met hellingspercentages gelijk aan de steilste binnenbochten van de muur van Hoei. 

Wij gaan echter op het westelijke puntje van het schiereiland mountainbiken, vanuit het vissersdorpje Aberdaron. Glooiende heuvels tot zo’n 350 meter, boerenweggetjes, grindpaden en karrensporen. Prima terrein om de omgeving per mountainbike te verkennen maar echt spannend wordt het niet. Totdat we in de buurt van Saint Mary’s Well een smal en rotsachtig pad boven de kliffen zien slingeren dat er te aanlokkelijk uitziet om links te laten liggen. Toch maar even proberen. Echt veel vaart maken, zit er niet in en ook de duindoorn langs het pad voelt niet echt lekker aan maar het uitzicht over zee is fenomenaal.  Dat is gelijk ook het laatste wapenfeit. Morgen vliegen we terug naar Nederland om bij thuiskomst gelijk de agenda te trekken. Wanneer gaan we weer?