Column: De hand van ...

‘De hand van God’, dat wil zeggen de hand van Maradona op het WK voetbal 1986, is een van de iconische momenten uit de sport. Overduidelijk hands, maar hij kwam ermee weg. Het droeg zelfs bij aan zijn status van superster.

Nu met de VAR zou dat ongetwijfeld niet meer door de beugel kunnen. De hand van Matthieu van der Poel tijdens het NK wielrennen op de weg vorig jaar was nog mooier. Geen idee of het reglementair was, maar volgens mij is er geen protest ingediend. Ik denk dat het voor iedereen duidelijk was. Het handje op de rug van Sinkeldam was geen duw, maar een signaal: ‘Pas op!’ Een rustig, zorgzaam, bijna liefdevol gebaar. En dat in een volle finale! Sinkeldam had de-deur-dicht-kunnen-houden, maar reageerde op het zachte signaal met een zelfde vriendelijkheid.

Getoeter

Als racefietser op de openbare weg steek je wel eens over vóór een auto waar technisch gezien ruimte genoeg is, maar het toch krap kan aanvoelen voor de automobilist. Grote kans dat je getoeter krijgt. Als je bij het oversteken een vriendelijk ‘Bedankt’ seint, krijg je tien tegen één een positieve reactie.

'Verleiden tot vriendelijkheid, over en weer'

Er zit maar een fractie van een seconde tussen waarneming en respons. En daarin wordt bepaald of de reactie vriendelijk of vijandig is. Door dat handje ‘Bedankt!’ dwing je als het ware vriendelijkheid af. Of beter gezegd: je verleidt tot vriendelijkheid. Een beetje gluiperig, zou je kunnen zeggen, maar zo werkt het wel. Ook bij jezelf, als jij de ontvangende partij bent. En ach, hoe belangrijk was het gebeuren op zich nu eigenlijk? Belangrijker is het resultaat: veiligheid en vriendelijkheid over en weer.

Handwerk

De hand naar een mederijder in de eigen groep. Het gebaar ‘Ga maar voor’, het duwtje door linksvoor aan rechtsvoor, zodat er ‘van-het-gevaar- weg’ geritst kan worden. Het signaal ‘Ik ga hier in, geef een beetje ruimte’. Het duwen in een waaier om iemand strak in het wiel te houden.

Het vasthouden van degene die naast je rijdt, zodat je van twee één wordt en een halve meter minder breed, om tegenliggers makkelijker te laten passeren. Het tikje om te zeggen: ‘Goed gedaan!’ Het wijzen op obstakels. Het handen geven of tikken aan het begin of aan het einde van de rit. Enzovoorts. Handen; je doet er meer mee dan met de benen.