Pijn in de nek

Nekklachten kun je onderverdelen in klachten zónder anatomische en mét anatomische afwijking. Of: klachten alleen tijdens het fietsen of niet gekoppeld aan het fietsen. Wanneer is het verstandig naar een medisch specialist te gaan?

Pijn in de nek

Bijna iedereen heeft wel eens last van zijn nek. Meestal betreft het vastzittende gewrichtjes tussen de wervels en té strakke spieren. Er ligt soms een relatie met stress en dan vooral frustratie. Heb je té vaak last van je nek, kijk dan eens naar eventuele bronnen van frustratie en doe daar wat aan: verander je leven, zodat je minder gefrustreerd raakt, of door er beter tegen te kunnen, of door dingen te veranderen in privé- of werksfeer. Laat daarnaast een ortho-manueel geneeskundig arts of manueeltherapeut het hele lijf eens bekijken of ergens blokkades zitten die de nekklachten veroorzaken.

Met anatomische afwijking

Een nekhernia is een ander verhaal, omdat er nu niet alleen sprake is van verminderde functie van spieren en gewrichten, maar er ook echt anatomische veranderingen zijn: een uitgestulpte tussenwervelschijf die op een zenuwwortel drukt. Pijn wordt dan behalve in de nek vooral in onderarm/hand/vingers aangegeven. Er kan uitval zijn van spierkracht, gevoel in de huid en reflexen die verminderd of afwezig zijn. Behandeling: bij geringe klachten volstaan (houdings-)oefeningen en een zachte halskraag. Bij flinke pijn en neurologische uitval volgt verwijzing naar een neuroloog die onder andere een MRI-scan laat maken. Als daar uitkomt dat het ruggenmerg bekneld zit, volgt verwijzing naar neurochirurg. Zit het ruggenmerg niet bekneld, dan bestaat de therapie uit een harde halskraag en pijnstilling met medicijnen. De prognose is meestal goed, bij de een gaat het herstel sneller, dan bij de ander. De meeste mensen houden er geen restklachten aan over.

Bij het fietsen

In mijn praktijk zie ik veel fietsers die alleen last van hun nek hebben na een tijdje onderweg te zijn en na afloop van het fietsen. Factoren die een rol spelen zijn de fietsafstelling en de fietshouding.

Fietsafstelling: een te ‘korte zit’ (afstand zadel – stuur ) geeft een te ronde rug en, omdat je nu eenmaal vooruit wil kijken, til je meer je hoofd op door achterover-buiging in de nek. Een te ‘lange zit’ geeft meer een holle (onder)rug en vooruitsteken van de kin, wat een overbelasting vormt voor de tussenwervelschijven in de nek. En als je, als oudere jongere, nog steeds je stuur in een aerodynamische tijdritafstelling hebt staan, ga je zeker last van je nek krijgen. Dus met het klimmen der jaren klimt het stuur mee omhoog.

Fietshouding: heb je je fiets goed afgesteld, dan kun je nog de fout ingaan door lekker relaxed in je ellebogen te gaan hangen (overstrekken), je hoofd naar voren en tussen je schouders te laten zakken. Gevolg is dat elke trilling via het stuur rechtstreeks doorschiet naar het bovenste deel van je wervelkolom, waar gewrichtjes, kapsels en tussenwervelschijven de klos zijn. Dus: ellebogen licht gebogen, kin ligt intrekken (onderkin maken) en ogen ongeveer vijf meter vooruit richten op het wegoppervlak. Wil je verder vooruit kijken, beweeg dan alleen je ogen omhoog.

Vooral door het ruige parcours komen nek- en rugklachten vaker voor bij mountainbikers. Een onderzoek toonde aan dat er een directe relatie is tussen de nek- en rugklachten en het aantal kilometers dat per jaar wordt gefietst. Daarnaast bleek een omgekeerde relatie te bestaan tussen de mate van vering van de fiets en de mate van klachten: geen vering de meeste klachten, dubbelgeveerd de minste klachten.