Tour de la Marmotte

De Marmotte wordt door veel liefhebbers toch wel gezien als dé Granfondo, een loodzware cyclo van 174 km met meer dan 5.200 hoogtemeters. Elk jaar schrijven zich meer dan 10.000 deelnemers in voor dit evenement en is het binnen één dag volgeboekt.

Tour de la Marmotte

Met een aantal vrienden trok ik naar de Alpen voor onze eigen Marmotte. Niet om de bekende cyclo in juli te fietsen samen met duizenden anderen tijdens de Marmotte Granfondo Alpes. Nee, wij reisden af naar Hotel Au Bon Accueil om ons aan de voet van Le Berarde, op ongeveer 10 km van Bourg d’Oisans, voor te bereiden op onze eigen Marmotte. De dagen voorafgaand hadden we de benen al flink op spanning gebracht met beklimmingen als La Bérarde, de Izoard en Col de Sarenne.

De eerste klim van de dag

Vroeg in de ochtend peddelen we rustig richting Bourg d’Oisans. We rijden het dorp voorbij en door de mist fietsen we richting Allemond. Hier, bij het Lac du Verney, doemt de eerste klim voor ons op. De Col du Glandon is 1.924 m hoog en ruim 25 km lang.

De Glandon is in het begin (de eerste 6 km) vriendelijk voor onze benen. Het gemiddelde stijgingspercentage komt niet boven de 4% uit. Niet erg als je bedenkt dat we na de Glandon nog drie gigantische cols op moeten. Maar na 6 km wordt er minder en minder met elkaar gesproken. Zes steeds zwaarder ademende mannen proberen toch nog enigszins op reserve omhoog te fietsen. Niet evident bij stijgingspercentages van 9% of meer.

‘Pieeeeeeep! We moeten vol in de remmen voor een kudde schapen!’

Halverwege volgt er een kleine afdaling en daarna gaat de weg weer gemeen omhoog. Hoe hoger we komen hoe spectaculairder het uitzicht. Vlak onder de top volgt er nog een stukje afdaling en na een flauwe bocht naar links moeten we vol in de remmen. De weg is geblokkeerd door een kudde schapen… Wij hoeven ons niet druk te maken over goud, zilver of brons, zoals bij de echte Marmotte. Er rest ons niets anders dan te genieten van het uitzicht en laten de schapen rustig passeren.

De eerste van de dag, Col du Glandon, is overwonnen.

Op de top gooien we arm- en beenstukken in de volgwagen, eten een reepje en storten ons daarna in de afdaling. Tijdens de Granfondo is de afdaling van de Glandon geneutraliseerd. En terecht, de afdaling van de Glandon is gevaarlijk. In het dal fietsen we over de A43 door de vallei richting de tweede uitdaging van de dag, Col du Télégraphe.

Col du Télégraphe

De beklimming van de Col du Télégraphe (1.561 m hoog) is 11,4 km lang en overbrugt met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,3% (met een max van 9,8%) een hoogteverschil van 830 m. Bij Saint-Martin-d’Arc verlaten we de A43 en begint de weg vol haarspeldbochten door het bos naar de top. De groep valt in twee stukken uiteen.

Ieder kiest zijn eigen tempo. Halverwege staat onze soigneur met zijn auto geparkeerd. Kofferbak open en hij staat klaar om ons te voorzien van bidons en eten. Dankbaar neem ik het eten van hem in ontvangst. ‘Top!’, roep ik hem nog na.

‘Die droge wafel is voer voor de alpenmarmot’

Daar heb ik na de eerste hap spijt van. Ik blijk een droge wafel uit zijn handen te hebben gegrist. Niet weg te krijgen die droge koek. Ik gooi de wafel weg en wens de alpenmarmot veel succes met mijn afval. De Télégraphe is niet een heel erg lastige klim. Je kunt hier redelijk goed blijven fietsen zonder in je reserves te hoeven duiken.

Kort en overzichtelijk afdalen

Op de top wachten we op de drie achterblijvers. Onze soigneur is inmiddels ook weer gearriveerd en uit de kofferbak pakken we de vertrouwde sportrepen. De wafels laten we verder onaangeroerd. Na een korte, overzichtelijk en snelle afdaling komen we aan in Valloire. Allemaal weten we wat ons vanaf hier te wachten staat. We weten het eigenlijk alleen van horen zeggen. Niemand van ons heeft de Galibier namelijk eerder gefietst.

De zwaarste van de dag

Een mythische berg en angstaanjagend ook. De rotsen schieten hier maar liefst 2.623 m de hoogte in. Vanuit Valloire beginnen we aan de, naar mijn mening, zwaarste klim van de dag. Het begin is nog vriendelijk, maar eenmaal na het bruggetje over de La Valloirette begint de ellende pas echt. Het landschap is hier kaal en desolaat. En de weg gaat ongenadig steil omhoog.

Bovenop de Col du Galibier.

Vanaf dit punt moeten we nog ruim 6 hele lange km’s klimmen. Babbelden we op de Glandon en Telegraphe nog wat met elkaar, hier op de flanken van de Galibier wordt er alleen maar geluisterd. Geluisterd naar de wind, geluisterd naar de zware ademhaling en geluisterd naar de berg. De Galibier is de baas. Ik ben blij dat ik nog een beetje een ritme kan behouden. Met zijn drieën ploeteren we omhoog. 10-11 km/u, harder gaat het niet.

'Een strijd om de koning van de Galibier te worden brandt los'

De laatste paar bochten naar de top proberen we zowaar nog wat te versnellen. Een strijd om de koning van de Galibier te worden brandt los. De strijd verlies ik en op de top heb ik al spijt de strijd überhaupt aangegaan te zijn. De Alpe d’Huez  (1.860 m hoog) spookt door mijn hoofd…

Puur genieten

Bovenop de Galibier is het koud en mistig. Onze soigneur overhandigt ons warme jasjes voor de afdaling. Wachten op de rest heeft geen zin meer. Het gat is te groot en om onderkoeling te voorkomen, vertrekken wij richting het dal. De afdaling van de Galibier is puur genieten! Brede wegen, met heerlijke bochten brengen ons in sneltreinvaart naar Restaurant de Glaciers. Hier wachten we in het zonnetje op de drie anderen.

En als toetje... de Hollandse berg

Er staat ons nog één uitdaging te wachten. De Nederlandse berg, 13,4 km lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,4% met, in de eerste paar km’s, uitschieters van boven de 10%. De benen kunnen even herstellen van de drie cols die achter ons liggen. Tot aan Bourg d’Oisans gaat het in dalende lijn richting de slotklim. Op de slotklim geen drietallen of tweetallen die de berg op fietsen. Op deze laatste klim harkt iedereen 1 voor 1 op zijn eigen tempo omhoog.

'40 seconden achterstand blijkt achteraf 3 minuten te zijn’

De eerste paar kilometer van deze fameuze Alpencol zijn killing. Zeker na het overdadige voor- (Glandon) en hoofdgerecht (Télégraphe/Galibier). ‘Zorg altijd dat je ruimte houd voor het toetje’, zeiden mijn ouders altijd. Ik heb spijt dat ik op de Télégraphe en Galibier iets te veel met mijn krachten gesmeten heb. Ik los direct bij mijn twee sterkere kompanen.

Bocht numero 7 in de Alpe d'Huez.

Moederziel alleen zwoeg ik bocht na bocht naar de top. Een auto haalt me in, het is onze volgwagen. Even later zie ik de auto weer staan. In bocht 7, de Nederlandse bocht. Het raampje gaat open. ‘Je ligt slechts 40 seconden achter.’ Het geeft moraal. Ik probeer nog één keer mijn verzuurde benen in gang te trekken. Het lukt. De geest kan soms sterker zijn dan het lichaam.

Champagne!

De informatie uit de volgwagen bleek achteraf niet te kloppen. Mijn achterstand was niet 40 seconden, maar minimaal drie minuten. Maakt niet uit. Het gevoel niet kansloos te zijn, gaf me nieuwe kracht. Na 21 bochten staan we bovenop de top van Alpe d’Huez, betreden we het podium en spuiten, moe maar voldaan, wat flessen champagne leeg. Wat een avontuur!